De rechtbank Limburg behandelde op 12 februari 2018 de zaak tegen verdachte wegens oplichting via Marktplaats. Verdachte had tussen 20 en 23 december 2011 een slachtoffer bewogen tot afgifte van geld door het plaatsen van een valse advertentie met valse naam en woonplaats. Verdachte bekende de oplichting en verklaarde dat zijn toenmalige vriendin hierbij betrokken was, maar de rechtbank achtte medeplegen niet bewezen.
De rechtbank stelde vast dat verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar is, maar strafbaar blijft. De officier van justitie eiste voorwaardelijke jeugddetentie met voorwaarden, terwijl de verdediging geen standpunt innam. Gezien een gelijktijdig vonnis waarin verdachte veroordeeld werd tot een taakstraf en voorwaardelijke jeugddetentie voor soortgelijke oplichtingen, besloot de rechtbank geen straf of maatregel op te leggen conform artikel 9a Sr.
De rechtbank benadrukte de ernst van de oplichting, die het vertrouwen in handelsplatforms schaadt, maar vond strafoplegging niet opportuun vanwege de cumulatie van strafzaken. Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen en veroordeeld voor het bewezen verklaarde oplichtingsfeit. Het vonnis werd gewezen door drie rechters, waarbij twee rechters en een griffier het vonnis niet medeondertekenden.