De huurder huurt sinds 1 augustus 2016 een woning tegen een huurprijs van € 695 per maand. De huurder heeft de Huurcommissie verzocht de aanvangshuurprijs te toetsen, die deze heeft vastgesteld op € 511,19. De verhuurder vordert vervolgens de aanvangshuurprijs vast te stellen op € 695,00, mede op grond van een later afgegeven energielabel dat volgens hem extra punten oplevert.
De huurder vordert in reconventie betaling van het verschil tussen de betaalde huur en de door de Huurcommissie vastgestelde huurprijs, vermeerderd met rente. De kantonrechter oordeelt dat de beroepstermijn tegen de uitspraak van de Huurcommissie is gerespecteerd, waardoor de verhuurder ontvankelijk is.
De kantonrechter stelt vast dat bij het sluiten van de huurovereenkomst geen energielabel beschikbaar was en dat de Huurcommissie terecht geen rekening heeft gehouden met extra punten voor het energielabel. Ook wordt geoordeeld dat de woning een tussenwoning betreft en geen meergezinswoning, waardoor de lagere puntentelling van toepassing blijft.
De vordering van de verhuurder wordt afgewezen en de verhuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 1.286,67 plus wettelijke rente aan de huurder. De kosten van de procedure worden aan de zijde van de huurder op nihil gesteld en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.