ECLI:NL:RBLIM:2018:2119
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs medeplegen bedrijfsmatige hennepteelt
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het beroeps- of bedrijfsmatig telen van hennep samen met anderen. De officier van justitie stelde dat verdachte een significante rol had en als medepleger moest worden aangemerkt, gebaseerd op verklaringen van een medeverdachte.
De verdediging voerde aan dat verdachte slechts beperkte knipwerkzaamheden verrichtte en niet als medepleger kon worden beschouwd. De rechtbank stelde dat medeplegen alleen bewezen kan worden bij nauwe en bewuste samenwerking met een materiële of intellectuele bijdrage van voldoende gewicht.
Na beoordeling van het dossier en de zitting concludeerde de rechtbank dat verdachte slechts knipwerkzaamheden heeft verricht en dat er onvoldoende bewijs is voor een zodanige nauwe samenwerking om medeplegen aan te nemen. De rol van verdachte kan hooguit medeplichtigheid zijn, maar die tenlastelegging is niet gedaan.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten van bedrijfsmatige hennepteelt in drie verschillende panden in de gemeente Leudal. Het vonnis werd uitgesproken op 6 maart 2018 door de meervoudige kamer te Maastricht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen bedrijfsmatige hennepteelt.