Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- de dagvaarding van 26 februari 2018, met producties,
- het door [gedaagde sub 3] ingediende “verweer kort geding,” met producties,
- de mondelinge behandeling van 8 maart 2018, waarbij Vitak en [gedaagde sub 1] pleitnota’s hebben overgelegd en Vitak de vordering tegen gedaagde sub 2, Dock Legal Experts B.V., met haar goedvinden heeft ingetrokken, waarbij geen kostenveroordeling is gevorderd.
2.De feiten
Geachte heer [naam 1] ,
Geachte heer [gedaagde sub 3] ,
Geachte heer [naam 2] ,
Het wordt steeds grappiger.
[naam directeur] ,
belanghebbenden in de gezondheidszorg”is die hij, [gedaagde sub 1] , vertegenwoordigt met zijn brief van 15 november 2017 (productie 7 dagvaarding), heeft Vitak verklaard dat er bij dit geding vanuit kan worden gegaan dat er geen voor dit geding relevante verbanden bestaan tussen [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 1] .
3.Het geschil
4.De beoordeling
de elasticiteit van de bloedvaten” bepaalt, daarmee binnen het onderzoeksgebied van deze hoogleraren valt. In de brief wordt beargumenteerd uiteengezet waarom volgens [gedaagde sub 1] de stiffnograph kort gezegd gevaarlijk is of kan zijn. Dat met de alleen aan de twee hoogleraren gestuurde brief meer is bedoeld dan een wetenschappelijk debat aan te vangen, zorg te uiten en/of antwoorden te krijgen over de juistheid van de inhoud van de betreffende advertentie, blijkt niet uit die brief. De toon in de brief is niet zozeer grievend als wel zeer bezorgd. De punten waarover de zorg zich uitstrekt, zijn concreet vermeld. De brief kan wat dit betreft niet suggestief worden genoemd. De voorzieningenrechter ziet dan ook niet hoe deze alleen aan twee met name genoemde hoogleraren gerichte en gestuurde brief ten opzicht van Vitak kan worden aangemerkt als een handeling die in strijd is met hetgeen [gedaagde sub 1] volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.