Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
parketnummer 03/659018-17acht de officier van justitie alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Daartoe heeft hij ter zake alle feiten gewezen op de aangifte van [slachtoffer 1] en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting. Met betrekking tot feit 3 heeft de officier van justitie voorts nog gewezen op het proces-verbaal van bevindingen op pagina 66 van het dossier, waaruit volgt dat de ruit van het bestuurdersportier van de auto is beschadigd.
parketnummer 03/659054-17heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd van het primair ten laste gelegde onder de feiten 2 (
poging doodslag op verbalisant [slachtoffer 3]) en 6 (
poging doodslag op verbalisant [slachtoffer 4]). Volgens de officier van justitie geldt ten aanzien van beide feiten dat niet kan worden bewezen dat er sprake was van een aanmerkelijke kans op de dood. Daarvoor was de snelheid te laag. Wel was er een aanmerkelijke kans dat de verbalisanten zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen, reden waarom de officier van justitie de subsidiair ten laste gelegde variant wel wettig en overtuigend bewezen acht.
poging doodslag op verbalisant [slachtoffer 2]) wel bewezen. Verbalisant [slachtoffer 2] heeft op ambtseed verklaard dat de auto van verdachte met piepende banden zijn richting op kwam en dat – indien hij niet tijdig was weggesprongen – hij klem zou zijn komen te zitten tussen verdachtes auto en het dienstvoertuig. De auto van verdachte heeft de dienstauto ook geraakt en beide auto’s hebben dientengevolge schade opgelopen. De kans dat [slachtoffer 2] zou zijn komen te overlijden indien hij niet tijdig was weggekomen, is aanmerkelijk. Deze kans heeft verdachte bewust aanvaard: hij had moeten weten dat achter zijn auto een politieagent kon staan. Toen hij achteruit reed, sprak hij immers tegelijkertijd met verbalisant [slachtoffer 3] en hij wist dat er een politieauto in de buurt was. Vervolgens is hij hard achteruit gereden, waarmee hij bewust de kans op het overlijden van [slachtoffer 2] , die zich achter zijn auto bevond, heeft aanvaard.
bedreigingen) en 7 (
weigeren medewerking bloedonderzoek) heeft de officier van justitie betoogd dat ook deze feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Hij verwijst daarbij naar de processen-verbaal van bevindingen van de betreffende verbalisanten en de verklaringen van verdachte ter terechtzitting daarover. Ook de vernieling van de dienstfiets en dienstauto (feit 5) acht de officier van justitie op basis van de aangifte in combinatie met de geconstateerde schade aan beide voertuigen (pagina’s 159 tot en met 165 van het dossier), het proces-verbaal van verbalisant [slachtoffer 4] (over de dienstfiets) en de processen-verbaal van de verbalisanten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] (over het dienstvoertuig) wettig en overtuigend bewezen.
parketnummer 03/659018-17heeft de verdediging vrijspraak bepleit ter zake het onder 3 ten laste gelegde feit. Het bewijs dat de autoruit is beschadigd én dat dit door het handelen van verdachte is gebeurd ontbreekt. Ten aanzien van de overige feiten heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
parketnummer 03/659054-17heeft de verdediging (primair) integrale vrijspraak bepleit van de feiten ten laste gelegd onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6.
bewustaanvaard. In het geval van [slachtoffer 3] (feit 2) acht de verdediging nog relevant dat er slechts sprake is van zeer beperkt letsel en in het geval van [slachtoffer 4] (feit 6) acht de verdediging nog van belang dat de door de auto geraakte fiets geen grote schade heeft en dat uit niets blijkt dat verbalisant [slachtoffer 4] heeft moeten wegspringen, omdat hij anders zou zijn geraakt. Wat de meer subsidiair ten laste gelegde bedreiging betreft, voert de verdediging nog aan dat er gelet op de geringe afstand voor een bewezenverklaring meer nodig is dan het enkel met een motorgeluid en/of het geluid van gasgeven wegrijden met een auto, bijvoorbeeld een evidente stuurbeweging. Nu dit niet kan worden vastgesteld, dient verdachte ook hiervan te worden vrijgesproken.
Feiten 1, 2 en 6
Bewijsmiddelen
[naam 2]relateerde op ambtseed, zakelijk weergegeven, over hetgeen die nacht plaatsvond en als
feit 6is ten laste gelegd als volgt.
[slachtoffer 4]relateerde op ambtsbelofte, zakelijk weergegeven, over hetgeen die nacht plaatsvond als volgt.
twee tot drie maal hevig oplaaide, gelijkend op het geluid van flink gas geven. Op dat moment bevond ik mij nog recht voor het voertuig. De bestuurder keek mij zodanig agressief en buitenzinnig aan, dat ik sterk het gevoel had dat deze zich door niets of niemand zou laten stoppen. Ik stapte daarop snel naast mijn dienstfiets, om te voorkomen dat de Lupo mij bij het wegrijden zou aanrijden en zag dat de Lupo tegelijkertijd met hoge snelheid en piepende banden voorwaarts reed. Ik zag dat de Lupo met diens voorzijde tegen de rechterflank van mijn surveillancemountainbike reed. Ik zag dat de surveillancemountainbike hierdoor geramd werd en enkele meters voorwaarts door de lucht vloog en op het wegdek terecht kwam. Ik zag dat de Lupo mij op een afstand van minder dan een meter passeerde. Ik liet op dat moment net het stuur van de surveillancemountainbike los.
[naam 3]heeft de camerabeelden bekeken en hetgeen hij heeft waargenomen gerelateerd. [15] Hij relateerde over dit incident, zakelijk weergegeven, het volgende:
[slachtoffer 2]relateerde op ambtsbelofte, zakelijk weergegeven, als volgt over hetgeen die nacht vervolgens plaatsvond en als
feiten 1 en 2is ten laste gelegd.
[slachtoffer 3]relateerde op ambtseed, zakelijk weergegeven, over ditzelfde incident als volgt.
Vrijspraak- en bewijsoverweging
Overige feiten
Ik snij je strot door, kankermongool, (…)
Ik sla je hartstikke kapot, kankerkop, (…)
Ik snij je nek door, kankerflikker; (…)
Ik zie jou wel op straat, ik zweer het je, ik maak je kapot (…).
gericht tegen het leven op.
- De volgende keer dat jullie bij mij aan de deur staan schiet ik die .38 op jullie leeg (…);
- Vanavond ga je naar huis, relaxed met je vrouwtje en kinderen. Maar een keertje kom je op het verkeerde adres, jongen (…);
- Zet maar in de computer: de volgende keer dat jullie bij mij aan de deur komen, ik open vuur. Denk eraan.
gericht tegen het leven op.
[naam 4]namens de politie Limburg aangifte gedaan van vernieling van een dienstfiets. [21] Hij verklaarde dat collega [slachtoffer 4] op 11 februari [
de rechtbank begrijpt van het jaar 2017]getracht heeft verdachte de doorgang te belemmeren. Hierbij plaatste [slachtoffer 4] zijn dienstfiets voor de auto van verdachte. Vervolgens reed verdachte met zijn voertuig weg en raakte hij met de voorzijde van zijn voertuig de dienstfiets. Als gevolg hiervan raakte de fiets beschadigd.
[slachtoffer 4]relateerde, zakelijk weergegeven, over hetgeen die nacht plaatsvond als volgt. [22]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
in verband met de feiten 1,2 en 6) en 9 maanden (
in verband met feit 7) op zijn plaats. Verdachte heeft de eerstgenoemde feiten immers met een motorvoertuig begaan en heeft door het plegen ervan de verkeersveiligheid in ernstige mate in gevaar gebracht.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
03/659054-17tenlastegelegde bij de feiten onder 1, 2 en 6;
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf van
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
03/659054-17tenlastegelegde feiten 1,2, 6 en 7 tot een
ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
6 jaren en 9 maanden;
benadeelde partij [slachtoffer 2]toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij, te vermeerderen met de hiervoor genoemde wettelijke rente tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
benadeelde partij [slachtoffer 3]toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij, te vermeerderen met de hiervoor genoemde wettelijke rente tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
benadeelde partij [slachtoffer 6]toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij, te vermeerderen met de hiervoor genoemde wettelijke rente tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;