ECLI:NL:RBLIM:2018:2655
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van witwassen contant geld
De rechtbank Limburg behandelde op 21 maart 2018 de zaak tegen de verdachte die werd verdacht van het witwassen van contante geldbedragen tussen 2010 en 2016. De officier van justitie stelde dat de verdachte en haar echtgenoot de herkomst van de contante gelden niet konden verklaren en dat het geld uit een misdrijf afkomstig moest zijn. De verdediging gaf een verifieerbare verklaring voor een deel van de gelden en betwistte dat het geld uit een misdrijf kwam.
De rechtbank onderzocht uitgebreid het bewijs, waaronder bankgegevens, telefoongesprekken, observaties en verklaringen van anonieme getuigen. Er werd geen bewijs gevonden voor betrokkenheid bij criminele activiteiten zoals weedhandel. Hoewel niet alle geldbedragen konden worden verklaard, ontbrak het aan feiten die wijzen op een criminele herkomst.
Daarom concludeerde de rechtbank dat niet bewezen kon worden dat de gelden uit enig misdrijf afkomstig waren en sprak de verdachte vrij van alle tenlasteleggingen van witwassen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet is vastgesteld dat de contante gelden uit enig misdrijf afkomstig zijn.