Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De stukken
- de vordering verlenging terbeschikkingstelling (na voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging) van de officier van justitie d.d. 23 januari 2018 met bovenvermeld parketnummer;
- het verlengingsadvies TBS van GGZ VNN Groningen d.d. 29 november 2017 met betrekking tot [verdachte] ;
- het voortgangsverslag toezicht aan opdrachtgever van GGZ VNN Groningen d.d. 26 oktober 2017 met betrekking tot [verdachte] ;
- het voortgangsverslag / de melding bijzonder voorval aan opdrachtgever van GGZ VNN Groningen d.d. 26 april 2017 met betrekking tot [verdachte] ;
- het psychiatrisch onderzoek Pro Justitia betreffende [verdachte] van T.W.D.P. van Os, forensisch psychiater, d.d. 24 november 2017;
- het psychologisch onderzoek Pro Justitia betreffende [verdachte] van A.J. Klumpenaar, GZ-psycholoog, d.d. 24 november 2017;
- het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 29 april 2003 in de strafzaak tegen [verdachte] met ressortsparketnummer 20.002859.02;
- de beslissingen van deze rechtbank d.d. 15 maart 2016, 14 juni 2016 en 21 maart 2017 naar aanleiding van een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [verdachte] in de zaak met parketnummer 04/610026-02;
- de dagvaarding van [verdachte] als verdachte in de strafzaak met het parketnummer 18/850028-17;
- het proces-verbaal terechtzitting van de rechtbank Noord-Nederland d.d. 26 juli 2017 in de strafzaak tegen [verdachte] met het parketnummer 18/850028-17.
2.De procesgang
3.Het standpunt van de reclassering
4.Het standpunt van de (externe) gedragsdeskundigen
- een borderline persoonlijkheidsstoornis;
- kenmerken van de antisociale persoonlijkheidsstoornis;
- een stoornis in gebruik van alcohol, amfetamine en cocaïne;
- een verstandelijke beperking met als gevolg dat hij situaties minder goed kan overzien;
- een posttraumatische stressstoornis.
5.Het standpunt van de officier van justitie
6.Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw
7.De beoordeling
- de ter beschikking gestelde die van overheidswege wordt verpleegd en
- de ter beschikking gestelde met voorwaarden, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
- het feit dat [verdachte] al bijna een jaar in voorarrest verblijft ten gevolge van de verdenking in de strafzaak met parketnummer 18/850028-17;
- het feit dat de behandeling en begeleiding van [verdachte] sindsdien heeft stilgelegen;
- de ongewisheid van de uitkomst van deze strafzaak;
- de reële verwachting dat een vordering tot wijziging van de voorwaarden wordt ingediend, indien [verdachte] wordt vrijgesproken;
- de reële verwachting dat een vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege wordt ingediend, indien [verdachte] wordt veroordeeld;
- het feit dat geenszins te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig zullen zijn die een beëindiging van de terbeschikkingstelling rechtvaardigen;