AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Taakstraf wegens faillissementsfraude en diefstal van bedrijfsgoederen
De rechtbank Limburg heeft op 4 april 2018 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van faillissementsfraude en diefstal van goederen uit een failliete onderneming. Verdachte was bestuurder van een vennootschap die failliet werd verklaard en heeft in de periode april 2015 goederen, waaronder vissen en bedrijfsinventaris, onttrokken aan de faillissementsboedel.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte op verschillende tijdstippen goederen heeft weggenomen die toebehoorden aan de failliete vennootschap en aan een andere vennootschap die de activa had gekocht. Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen omdat er geen aanwijzingen waren voor nauwe samenwerking met anderen. De rechtbank oordeelde dat de feiten strafbaar zijn en veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 40 uur, met een vervangende hechtenis van 20 dagen bij niet-nakoming.
De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn emotionele gesteldheid en gezondheidsproblemen, alsmede de overschrijding van de redelijke termijn. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing en de rechtbank bepaalde dat deze vordering bij de civiele rechter moet worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur wegens faillissementsfraude en diefstal.
Voetnoten
1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Limburg, Dienst Regionale Recherche Finec, BVH-nummer: 2015080687, gesloten d.d. 6 oktober 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 287.
2.Het geschrift, zijnde het uittreksel handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 25 maart 2015, pag. 134 en 135.
3.Het geschrift, zijnde het uittreksel handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 3 mei 2016, pag. 136 en 137.
4.Het geschrift, zijnde de beschikking van de rechtbank Limburg d.d. 1 april 2015, pag. 108 en 109.
5.Het geschrift, zijnde het faillissementsverslag, nummer 3, d.d. 1 maart 2016, pag. 110 t/m 125.
6.Het geschrift, zijnde de melding/aangifte faillissementsfraude [bedrijf 1] door curator Van Seters d.d. 13 november 2015, pag. 103 t/m 107.
7.Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden 20 april 2015 d.d. 29 april 2016, pag. 24 en 25.
8.Het proces-verbaal zakelijk verhoor [verdachte] d.d. 30 augustus 2016, pag. 251 en 252.
9.Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden 21 april 2015 d.d. 4 mei 2016, pag. 36 en 37.
10.Het proces-verbaal zakelijk verhoor [verdachte] d.d. 30 augustus 2016, pag. 252.
11.Het geschrift, zijnde de melding/aangifte faillissementsfraude [bedrijf 1] door curator Van Seters d.d. 13 november 2015, pag. 104 t/m 106.
12.Het proces-verbaal van aangifte [naam aangever 1] d.d. 1 mei 2015, pag. 19 en 20.
13.Het proces-verbaal aanvullend verhoor aangevers [naam aangever 1] en [naam aangever 2] d.d. 3 mei 2016, pag. 32 t/m 35.
14.Het proces-verbaal zakelijk verhoor [verdachte] d.d. 30 augustus 2016, pag. 252.
15.Het proces-verbaal zakelijk verhoor [verdachte] d.d. 30 augustus 2016, pag. 252 en 253.
16.Het geschrift, zijnde het faillissementsverslag, nummer 3, d.d. 1 maart 2016, pag. 114 en 115.