ECLI:NL:RBLIM:2018:3299
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen gewoontewitwassen wegens onvoldoende bewijs wetenschap en beschikkingsmacht
De rechtbank Limburg behandelde op 28 november 2017 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van gewoontewitwassen van inboedel, sieraden, horloges en een contant geldbedrag van €40.350,- in de woning. De officier van justitie stelde dat verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld en de goederen uit een misdrijf afkomstig waren, mede gezien de verdachte haar echtgenoot grote contante bedragen had gestort zonder legale inkomsten.
De verdediging voerde bewijsuitsluiting aan voor bepaalde gesprekken vanwege inbreuk op privacy en betwistte dat verdachte wetenschap had van de herkomst of aanwezigheid van het geld. Ook werd aangevoerd dat de waarde en herkomst van de goederen niet vaststond.
De rechtbank oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat de goederen een zodanige waarde hadden dat verdachte wetenschap moest hebben gehad van hun criminele herkomst. Ook was onvoldoende bewijs dat verdachte kennis had van het contante geld in haar woning of beschikkingsmacht daarover. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde gewoontewitwassen. De overige verweren werden niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en beschikkingsmacht over witgewassen goederen en geld.