Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de rolbeschikking waarbij een comparitie van partijen is bepaald
- het proces-verbaal van comparitie van 28 februari 2018.
2.De feiten
- [gedaagde] op 20-12-2016:
- [eiser] op 20-12-2016:
- [gedaagde] op 1-1-2017:
- [eiser] op 1-1-2017:
- [gedaagde] op 11-1-2017:
- [eiser] op 12-1-2017:
- [gedaagde] op 13-1-2017:
- [eiser] op 22-1-2017:
- [eiser] op 24-1-2017:
- [gedaagde] op 5-4-2017:
- [gedaagde] op 20-4-2017:
- [eiser] op 20-4-2017:
3.Het geschil
- € 5.400,- aan huurtermijnen van februari 2017 tot en met oktober 2017 (hoofdsom)
- € 270,- aan buitengerechtelijke incassokosten
- € 432,- aan boete over de maanden februari 2017 tot en met oktober 2017 op grond van artikel 5 van Pro de huurovereenkomst
- € 119,77 aan wettelijke rente over de hoofdsom tot en met 24 oktober 2017
- de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 25 oktober 2017
- € 48,- aan boete per kalendermaand m.i.v. 1 november 2017
- € 600,- per maand aan huur m.i.v. 1 november 2017 tot het tijdstip van de huurovereenkomst door de kantonrechter zal worden ontbonden
- € 600,- per maand aan schadevergoeding m.i.v. ontbinding van de huurovereenkomst tot het moment van wederverhuur echter wel ten hoogste tot en met 30 november 2018
- de proceskosten.