ECLI:NL:RBLIM:2018:3538
Rechtbank Limburg
- Wraking
- R.M.M. Kleijkers
- J.H. Klifman
- F.L.G. Geisel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter bij faillissementsverhoor wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid
Verzoekster heeft tijdens een faillissementsverhoor een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter omdat zij geen bijstand van een advocaat kreeg en haar vertrouwen in het recht was geschaad, mede verwijzend naar artikel 6 EVRM Pro.
De rechter gaf aan dat verzoekster geen recht op rechtsbijstand heeft bij het faillissementsverhoor en dat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is. De advocaat van verzoekster was als toehoorder aanwezig. De wrakingskamer beoordeelde of er objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond.
De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek geen betrekking had op gedragingen van de rechter en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die onpartijdigheid in gevaar brachten. Het verzoek werd daarom wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid afgewezen.
De beslissing is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van verzoekster tegen de rechter wordt afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.