Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2018 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april 2018.
Rechtbank Limburg
Eiseres vroeg om een omgevingsvergunning voor het verbouwen en gebruiken van een voormalig bedrijfsgebouw in het buitengebied voor de huisvesting van 36 arbeidsmigranten, met daarnaast 12 arbeidsmigranten in de bijbehorende woning. Verweerder weigerde de vergunning omdat het plan in strijd was met het paraplubestemmingsplan Huisvesting arbeidsmigranten en het bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas, waarin huisvesting van arbeidsmigranten alleen in reguliere woningen is toegestaan.
Eiseres voerde aan dat de aanvraag niet in strijd was met het bestemmingsplan en dat ook het voormalige bedrijfsgebouw een woonbestemming had, zodat huisvesting daar wel mogelijk moest zijn. Tevens stelde zij dat verweerder in een vergelijkbare zaak wel een vergunning had verleend, wat volgens haar het gelijkheidsbeginsel schond. Verweerder stelde dat die vergunning ten onrechte was verleend en dat eiseres zich niet op fouten van verweerder kon beroepen.
De rechtbank oordeelde dat het bestemmingsplan en het paraplubestemmingsplan duidelijk voorschrijven dat huisvesting van arbeidsmigranten alleen in reguliere woningen is toegestaan. Het voormalige bedrijfsgebouw kwalificeert niet als woning en huisvesting daarin is niet toegestaan. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat een eerdere fout geen recht geeft op vergunning. Ook was er geen aanleiding om van het plan af te wijken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor huisvesting van arbeidsmigranten in het voormalige bedrijfsgebouw wordt ongegrond verklaard.