Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding;
- de brief d.d. 16 maart 2018 van Veilig Thuis, met bijlagen;
- de mondelinge behandeling op 20 maart 2018;
- de pleitnota van Veilig Thuis.
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een kort geding waarin eiser, veroordeeld voor een zedendelict met een minderjarig slachtoffer, Veilig Thuis verzoekt het onderzoek naar hem te staken en het dossier te sluiten. Eiser stelt dat het onderzoek onrechtmatig is en een disproportionele inbreuk maakt op zijn privacy, mede omdat de melding uit wraak zou zijn gedaan en er geen concrete aanwijzingen voor kindermishandeling zijn.
Veilig Thuis voert verweer dat zij op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) verplicht is onderzoek te doen bij een melding of vermoeden van kindermishandeling. Gezien de ernst van het delict en het feit dat eiser nu in een gezin woont met kinderen in dezelfde leeftijdscategorie als het slachtoffer, is er een gerechtvaardigd vermoeden. Veilig Thuis benadrukt het belang van de veiligheid van de kinderen, conform artikel 3 IVRK Pro.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het recht op privacy van eiser ondergeschikt is aan het belang van de veiligheid van de kinderen. Het onderzoek van Veilig Thuis is niet disproportioneel en is gebaseerd op een reëel vermoeden van kindermishandeling. De vorderingen van eiser worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen en het onderzoek van Veilig Thuis mag worden voortgezet.