ECLI:NL:RBLIM:2018:5311
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voortzetting huurovereenkomst wegens ontbreken duurzame gemeenschappelijke huishouding
Budget Control q.q., als bewindvoerder van [naam onderbewindgestelde], vordert voortzetting van de huurovereenkomst op grond van artikel 7:268 lid 2 BW Pro, stellende dat [naam onderbewindgestelde] een duurzame gemeenschappelijke huishouding met zijn overleden moeder had. De verhuurder, Stichting Wonen Zuid, betwist dit en vordert in reconventie ontruiming van de woning.
De kantonrechter oordeelt dat de stelplicht voor duurzame gemeenschappelijke huishouding niet is voldaan. Uit de verklaring van [naam onderbewindgestelde] blijkt dat hij tijdelijk bij zijn moeder woonde om haar te verzorgen tijdens ziekte, zonder intentie tot blijvend samenwonen. Hierdoor is geen sprake van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.
De vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst wordt afgewezen en [naam onderbewindgestelde] verblijft sinds het overlijden van de moeder zonder recht of titel in de woning. De ontruimingsvordering wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen voor ontruiming. De gevorderde huurachterstand en maandelijkse huurverplichtingen worden toegewezen, maar niet voor de periode na ontruiming. De vorderingen worden niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege de mogelijkheid tot voortzetting zolang de beslissing niet onherroepelijk is.
Uitkomst: De vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst wordt afgewezen; ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen.