Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 110,59
- griffierecht 223,00
- salaris gemachtigde
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Eiser sloot op 24 januari 2015 een huurovereenkomst met onder bewind gestelde partijen, waarbij een kale huur van €685 en servicekosten van €95 werden overeengekomen. De huur over augustus en september 2017 en servicekosten over augustus tot en met oktober 2017 bleven onbetaald.
Gedaagde voerde verweer met onder meer een beroep op onredelijk hoge huur, discussie over servicekosten en betwisting van de geldigheid van de huurovereenkomst vanwege vermeende ontbrekende toestemming van de toenmalige bewindvoerder. De kantonrechter verwierp deze verweren omdat de huurcommissie binnen zes maanden na aanvang van de huur had kunnen worden ingeschakeld en de huurovereenkomst mede was ondertekend door de toenmalige bewindvoerder.
De vordering tot betaling van €1.796,57 plus kosten werd toegewezen. Contractuele rente werd niet toegekend omdat hierover geen afspraak bestond. Het beroep op verrekening met de borgsom werd gepasseerd wegens gebrek aan onderbouwing en onduidelijkheid over oplevering van het gehuurde.
De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van de hoofdsom en proceskosten van €633,59 en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van €1.796,57 en proceskosten, en wijst het verweer af.