Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het onderzoek van de zaak
2.De beoordeling
- door de reclassering niet is onderbouwd waarom een klinische opname van de veroordeelde nodig zou zijn;
- het niet aan de veroordeelde kan worden verweten dat zijn detentiefasering niet is doorgegaan;
- in geval van afwijzing van de vordering, de voorwaardelijke invrijheidstelling ingaat op de dag van de beslissing, nu de oorspronkelijke datum van de voorwaardelijke invrijheidstelling al is gepasseerd.
Inleiding
- van 10 augustus 2009 (met ressortsparketnummer 20-004574-07) veroordeeld tot, voor zover relevant, een gevangenisstraf voor de duur van 20 dagen met aftrek van voorarrest;
- van 16 december 2010 (met ressortsparketnummer 20-003000-09) veroordeeld tot, voor zover relevant, een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren en 4 maanden met aftrek van voorarrest;
- van 16 december 2010 (met ressortsparketnummer 20-003669-08) veroordeeld tot, voor zover relevant, een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van voorarrest.
- is gebleken dat de veroordeelde zich na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straffen - het voorarrest hieronder begrepen - ernstig heeft misdragen of
- door het stellen van voorwaarden het recidiverisico voor misdrijven onvoldoende kan worden ingeperkt dan wel indien de veroordeelde zich niet bereid verklaart de voorwaarden na te leven.
De ernstige misdragingen
- op 1 april 2010 een medegedetineerde heeft neergestoken, ten gevolge waarvan deze met ernstige verwondingen met een ambulance is afgevoerd naar het ziekenhuis;
- op 8 november 2011 een rapport heeft gekregen wegens een handgemeen;
- op 25 januari 2012 samen met anderen een medegedetineerde heeft bedreigd;
- op 5 augustus 2012 ruzie heeft gehad met een medegedetineerde, waarbij beiden verwondingen hebben opgelopen en een geprepareerde tandenborstel met scheermesjes op de grond werd aangetroffen;
- op 25 december 2012 een handgemeen heeft gehad met een medegedetineerde, waarna hij meerdere keren heeft aangegeven dat deze medegedetineerde eraan gaat als hij uit de iso komt;
- op 19 mei 2015 heeft gedreigd een bloedbad te zullen aanrichten op de afdeling;
- op 30 juni 2016 verbaal agressief is geweest;
- op 8 augustus 2017 heeft gevochten met een medegedetineerde.
Het recidiverisico
Nadere overwegingen
Conclusie
3.De beslissing
- wijst de vordering van het openbaar ministerie gedeeltelijk af;
- stelt de voorwaardelijke invrijheidstelling uit met 9 maanden.