Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
d.
26 juni 2018
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- Een schot werd afgevuurd, terwijl de schutter zich achter het voertuig bevond. De schootslijn loopt van achter de auto, in de richting van het linker achterlicht, enigszins schuin naar beneden. De kogelpunt trad in de linker achterlichtunit en werd op enkele centimeters van de plaats van inschot aangetroffen;
- Een schot werd afgevuurd, terwijl de schutter zich achter het voertuig bevond. De schootslijn loopt van midden achter de auto, in de richting van de bovenzijde van de achterklep, enigszins naar beneden. De kogel trad in in het frame van de achterklep;
- Een schot werd afgevuurd, terwijl de schutter zich rechts achter de auto bevond. De schootslijn loopt van rechts achter naar het midden van de voorruit. De kogelpunt trad in het voertuig via de kleine ruit van het rechterachterportier en vervolgde zijn weg in de richting van het midden van de voorruit. Daar trad de kogel uit.
- Een schot werd afgevuurd, terwijl de schutter zich rechts achter het voertuig bevond. De schootslijn loopt van rechts, via de ruit van het rechter voorportier naar de rechterzijde van de voorruit. Daar trad de kogel uit.
in beginselmocht schieten, waarover onder de kopjes
De Ambtsinstructie en
Optreden volgens wettelijk voorschrift?hierna meer. Hijzelf baseert zijn besluit te schieten op de mogelijkheid dat [naam hoofdagent] letsel had opgelopen en dus door de Golf was geraakt, terwijl hij niet wist wie de inzittenden van de Golf waren en hen wilde aanhouden vanwege het mogelijk aangereden zijn van [naam hoofdagent] . Er was echter nog een basis: de verdenking van drugsrunnen. Dat de verdachte die zelf niet aanvoert, is niet van belang. Deze eerste pijler, zoals de raadsman het noemt, is in beginsel voldoende om het gebruik van het dienstwapen te rechtvaardigen.
, en die wordt verdacht vanof is veroordeeld wegens
het plegen van een misdrijf
waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, en
dat een ernstige aantasting vormt van de lichamelijke integriteitof de persoonlijke levenssfeer, of
dat door zijn gevolg bedreigend voor de samenleving is of kan zijn.
slechts geoorloofd tegen personen en vervoermiddelen, waarin of waarop zich personen bevinden.
mede begrepen de pogingen de deelnemingsvormen, bedoeld in de artikel 47 en Pro 48 van het Wetboek van Strafrecht.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
een taakstraf voor de duur van 80 uren;
gelast dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van
de proeftijd van 1 jaarzich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
- verklaart
- bepaalt dat de verdachte en de benadeelde partij ieder de eigen kosten draagt.
- verklaart
- bepaalt dat de verdachte en de benadeelde partij ieder de eigen kosten draagt.