ECLI:NL:RBLIM:2018:6925
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beslagvrije voet bij pensioenuitkering met beslag door buitenlandse belastingdienst
De rechtbank Limburg behandelde het verzoek van een verzoeker die zijn beslagvrije voet wilde vaststellen op zijn netto ABP-pensioenuitkering, waarop meerdere beslagen rusten. Het pensioen is het enige inkomen van verzoeker die in het buitenland woont en belastingplichtig is in Spanje. Een eerste beslag van €150 per maand is gelegd in 2016 door verweerder sub 1, gebaseerd op een eerdere afspraak. Een tweede beslag van €1.388,59 werd in 2018 gelegd door verweerders sub 2 en 3, zonder rekening te houden met een beslagvrije voet.
Verzoeker stelde dat zijn netto-inkomen verminderd wordt door een belastingafdracht aan de Spaanse Belastingdienst en dat dit in mindering gebracht zou moeten worden bij de berekening van de beslagvrije voet. De rechtbank oordeelde dat bij de berekening van de beslagvrije voet het netto-inkomen inclusief het beslag als uitgangspunt geldt, zodat volgende beslagleggers weten waarop zij nog beslag kunnen leggen. De belastingafdracht aan Spanje is voor rekening en risico van verzoeker en kan niet als verrekenpost worden opgevoerd ten nadele van beslagleggers.
De rechtbank stelde vast dat de eerste beslaglegger (verweerder sub 1) een afgesproken beslagbedrag hanteert en dat er geen onjuiste berekening van de beslagvrije voet is gemaakt. Daarom werd het verzoek jegens deze partij afgewezen. De tweede en volgende beslagleggers hadden geen rekening gehouden met een beslagvrije voet, waardoor de rechtbank de beslagvrije voet vaststelde op €1.277,79 per maand met ingang van 1 februari 2018 en hen veroordeelde in de proceskosten.
De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door kantonrechter P. Hoekstra. De proceskosten werden verdeeld waarbij verzoeker werd veroordeeld in de kosten van de eerste beslaglegger en de tweede en volgende beslagleggers in de kosten van verzoeker.
Uitkomst: De beslagvrije voet wordt vastgesteld op €1.277,79 per maand, het verzoek tegen de eerste beslaglegger wordt afgewezen, tegen de volgende beslagleggers toegewezen.