Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
(primair)dan wel heeft geprobeerd [slachtoffer 1] dood te schieten om zo te kunnen vluchten na een poging een woninginbraak te plegen
(subsidiair)dan wel heeft geprobeerd [slachtoffer 1] dood te schieten
(meer subsidiair)dan wel heeft geprobeerd een woninginbraak met geweld te plegen
(meest subsidiair);
primair) dan wel een poging heeft gedaan tot deze diefstal onder de genoemde straf verzwarende omstandigheden (
subsidiair).
3.De beoordeling van het bewijs
schiet, schiet’. Ook heeft de verdachte verklaard dat hij [slachtoffer 1] met een hamer op het hoofd heeft geslagen. De verdere verklaring van beide verdachten, inhoudende dat zij geen wapens naar de woning hebben gebracht of uit de woning hebben meegenomen, acht de officier van justitie niet aannemelijk. De officier van justitie bestempelt deze verklaringen als leugenachtig en heeft in dit verband, naast de verklaringen van beide aangevers, verwezen naar de getuigenverklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en
nepagentenzag die bij een zwarte personenauto van het merk BMW stonden. Volgens haar verklaring heeft haar dochter gezien dat de beide
nepagenteneen pistool droegen. Direct na het voorval heeft de getuige [getuige 5] van [slachtoffer 2] gehoord dat haar auto van haar was afgenomen en dat het geen politieman was, maar dat hij wel een pistool had. De officier van justitie heeft voorts verwezen naar de verklaring van de verdachte en de verklaring van [medeverdachte] , inhoudende dat de verdachte de auto heeft gestopt en dat ze vervolgens samen met de auto zijn weggereden. De verdere verklaring van de verdachte en [medeverdachte] , inhoudende dat de verdachte bij het stoppen van de auto geen gebruik heeft gemaakt van een wapen, acht de officier van justitie leugenachtig, gelet op de verklaringen van [slachtoffer 2] en de hiervoor genoemde getuigen. Naar het oordeel van de officier van justitie is bewezen dat de verdachte zich samen met [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan een diefstal met bedreiging met geweld. De bedreiging heeft bestaan uit het voorhouden van een vuurwapen aan [slachtoffer 2] en het op dreigende toon tegen haar zeggen: ‘
Uit de auto! En zo snel mogelijk. Anders gebeuren ongelukken hier!’.
die [slachtoffer 1] met een hard voorwerp op/tegen het hoofd hebben/heeft geslagenniet bewezen is. Indien dit onderdeel van het tenlastegelegde verwijst naar het slaan op het hoofd van [slachtoffer 1] met een hamer, moet worden geconcludeerd dat dit onderdeel niet op de diefstal met geweld ziet. Het slaan met deze hamer is weliswaar gedaan om de vlucht mogelijk te maken, maar niet een vlucht die nog in het teken stond van een diefstal. De verdachte heeft met een hamer geslagen om zich te verdedigen tegen de aanvallen van [slachtoffer 1] en aan die aanvallen te ontkomen en daarmee zijn leven te redden.
messteken, gestoken, mes’. [getuige 1] draaide zich hierop weer in de richting van de voordeur van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] . Zij zag dat deze voordeur was gesloten en dat er bloed op zat. De twee mannen die eerder bij deze personenauto stonden waren inmiddels vertrokken. Zo’n 5 tot 10 minuten later stond [getuige 1] nog steeds voor haar woning. Zij zag dat de voordeur van de woning van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] openging. [getuige 1] zag dat [slachtoffer 3] helemaal overstuur naar buiten kwam gelopen. [slachtoffer 3] is vervolgens bij [getuige 1] de woning binnen gegaan. [slachtoffer 3] verklaarde toen tegenover [getuige 1] dat het
nepagentenwaren. [3]
liggen, liggen!’, ‘niet kijken!’en ‘
gezicht op de grond!’. [slachtoffer 3] zag dat die persoon een wapen in zijn hand hield. Hij wees met dat pistool in haar richting. Hij hield de arm gestrekt op schouderhoogte. Hij stond heel dichtbij, zodanig dichtbij dat hij met een gestrekte arm [slachtoffer 3] bijna aanraakte. In de woonkamer bij de eetkamertafel ging [slachtoffer 3] op de grond liggen. Er werd direct een deken over [slachtoffer 3] heen gelegd, waardoor ze niets meer kon zien. Terwijl zij op de grond lag, voelde zij dat tegen haar linkerbeen werd geschopt. Op het moment dat [slachtoffer 3] werd geschopt, zag zij felgekleurde gymschoenen. Zij realiseerde zich op dat moment – door die opvallende schoenen – dat deze persoon geen politieagent kon zijn. [slachtoffer 3] hoorde dat een mannenstem zei: ‘
liggen!’. [slachtoffer 3] hoorde gerommel. Spullen vielen op de grond en ze hoorde [slachtoffer 1] schreeuwen. Ook door het feit dat [slachtoffer 1] kennelijk niet deed wat hem werd opgedragen, kreeg [slachtoffer 3] de indruk dat de mannen geen agenten van politie waren. [slachtoffer 3] hoorde dat iemand naar de eerste verdieping liep. Dit was de persoon met de felgekleurde schoenen. [slachtoffer 3] hoorde een klik en dacht daarom dat de deur van de slaapkamer waar een hennepplantage stond werd geopend. Ze hoorde dat iemand na 15 tot 30 seconden weer naar beneden liep. [slachtoffer 3] hoorde dat er in de gang een gevecht plaatsvond. Ze hoorde twee harde knallen. [slachtoffer 3] besefte dat het schoten uit een vuurwapen waren. Ze dacht: ‘
ik ga eraan’. [slachtoffer 3] was op dat moment heel erg bang. Ze hoorde een hoop gestommel. Ze hoorde dat iemand riep: ‘
kijk uit, hij heeft een mes!’. Met die van [slachtoffer 1] erbij geteld, hoorde [slachtoffer 3] drie stemmen. [slachtoffer 3] kreeg het idee dat de schoten waren gevallen omdat [slachtoffer 1] niet deed wat hem werd gezegd. [slachtoffer 3] weet niet meer in welke volgorde ze dit alles hoorde. Op een bepaald moment was het stil. Ze hoorde dat [slachtoffer 1] riep dat zij de politie en een ambulance moest bellen. [slachtoffer 3] kwam onder de deken vandaan en zag dat [slachtoffer 1] helemaal onder het bloed zat. [slachtoffer 3] heeft vervolgens de woning verlaten om hulp in te schakelen. [5]
schiet hem kapot’. Welke dader dat zei, weet [slachtoffer 3] niet. [slachtoffer 3] meent dat met ‘
hem’ [slachtoffer 1] werd bedoeld. [8]
schiet hem maar kapot’. [slachtoffer 1] heeft toen het mes gepakt en heeft de man die het pistool tegen zijn hoofd hield daarmee gestoken. De man riep toen: ‘
hij heeft mij geraakt’. Hierop schoot de andere man op [slachtoffer 1] , hij denkt twee keren. De man die schoot stond bij [slachtoffer 3] , ongeveer twee tot drie meter bij [slachtoffer 1] vandaan. Toen zijn de indringers weer naar buiten gerend. Een van de indringers heeft [slachtoffer 1] meerdere klappen met het pistool op zijn hoofd gegeven. [9]
als hij lastig is of niet luistert, schiet je hem maar door het hoofd’. Toen zag [slachtoffer 1] het mes liggen. Hij heeft het mes gepakt en toen in een reactie de indringer met het mes tussen zijn benen gestoken. [slachtoffer 1] weet zeker dat hij twee keer heeft gestoken, maar het kan ook drie keer zijn geweest. Toen [slachtoffer 1] opstond zag hij dat de indringer die hij had gestoken wegvluchtte richting de voordeur. De indringer die bij [slachtoffer 3] stond, schoot vervolgens drie keer op hem. De overvaller schoot daarna nog één keer. [slachtoffer 1] weet zeker dat de overvaller die hij heeft gestoken, niet de overvaller is die op hem heeft geschoten. [10]
weg hier, weg hier, weg hier’. [getuige 2] hoorde veel geschreeuw door elkaar heen. [getuige 2] is vervolgens naar buiten gelopen. Hij zag een donkerkleurige personenauto van het merk BMW staan. [getuige 2] zag een man bij het geopende bijrijdersportier van dat voertuig staan. Een tweede man kwam aanlopen. De mannen droegen beiden een politieshirt. [getuige 2] hoorde de bijrijder tegen de chauffeur zeggen: ‘
ik ben gestoken, hij heeft een mes’. [getuige 2] zag dat beide personen verwondingen hadden. De bijrijder hield zijn been vast. Bij de chauffeur zag [getuige 2] ook een verwonding. Een van zijn handen zat helemaal onder het bloed. [getuige 2] heeft toen aan deze mannen gevraagd of hij hen kon helpen. [getuige 2] zag toen ook dat de persoon die bij het bijrijdersportier stond een pistool in een van zijn handen vasthield. [getuige 2] zag dat dit pistool zwart van kleur was. Plotseling zag [getuige 2] de twee mannen het voetpad in lopen. Ze liepen uit het zicht van [getuige 2] . [getuige 2] is toen zijn woning binnengegaan en heeft uit zijn slaapkamerraam gekeken. Hij zag toen vanuit het raam beide mannen in het midden van de Europaweg staan. [getuige 2] zag dat de man die het pistool eerder vast had, nu met het pistool gericht in de richting van Eygelshoven stond. [getuige 2] bedoelt hiermee dat hij zag dat die man zijn pistool met beide handen vasthield en daarmee voor zijn lichaam uitwees in de richting van Eygelshoven. Hierna liepen de mannen uit zijn gezichtsveld. Even later hoorde [getuige 2] het geluid van piepende banden. Hij meent te horen dat een auto met hoge snelheid weg rijdt. [getuige 2] zag toen vanuit het raam een kleine auto over de Europaweg-Zuid hard voorbij rijden. [20]
we moeten weg, gooi dat weg’. Ze zag de twee politieagenten richting de grote weg (Europaweg) rennen. Zij zag dat beiden een uniform droegen en dat ze beiden gewond waren. Ze hadden bloed aan hun benen en de broek was kapot. De eerste politieagent had een mes bij zich, de tweede politieagent had een zwart pistool bij zich. [21]
Uit de auto! En zo snel mogelijk! Anders gebeuren ongelukken hier!’. Terwijl de man dit riep, stapte hij aan de bijrijderskant in de auto. Over het pistool kan [slachtoffer 2] verklaren dat het een handvuurwapen was, een “
heel fijn pistooltje”. [slachtoffer 2] schat dat het wapen tussen de vijftien en twintig centimeter lang was. Er zat een fijn loopje op en het pistool, dat matzwart van kleur was. De loop had een andere kleur en was kort, ongeveer vier centimeter. De man had intussen op de bijrijdersstoel plaatsgenomen. [slachtoffer 2] kon maar aan één ding denken: ‘
eruit!’. Toen de man nog naast de auto stond, had [slachtoffer 2] gezien dat vanaf de andere kant een andere man was komen aanlopen. Hij liep ook in de richting van haar auto. Deze man droeg ook een politie-uniform en had ook een doek voor zijn gezicht. Terwijl de man met het pistool al op de bijrijdersstoel zat, heeft [slachtoffer 2] snel haar tas gepakt en is zij uit de auto gestapt. De andere man nam toen direct plaats op de bestuurdersstoel. De twee mannen zijn direct hierop met haar auto met zeer hoge snelheid weggereden over de Europaweg-Zuid. [slachtoffer 2] heeft voorts nog verklaard dat de man met het pistool voor het overige niets in zijn handen had. De andere man had verder niets bij zich. [22]
verdienen. Ze hebben eerst geprobeerd via de achtertuin de woning te bereiken, maar zagen toen dat de bewoners thuis waren. Ze hebben zich vervolgens gekleed in politie-uniformen en hebben via de voordeur de woning betreden. [medeverdachte] is naar de bovenverdieping gegaan terwijl de verdachte beneden is gebleven. [slachtoffer 1] kwam echter telkens onder de deken uit. De verdachte is naar hem toegelopen en wilde de deken goed leggen. Terwijl de verdachte de deken goed wilde leggen, voelde hij een raar gevoel in zijn been. Hij zag toen een handvat van een grote dolk boven zijn knieholte in zijn rechterbeen steken. De verdachte zag vervolgens dat [medeverdachte] kwam aanrennen. [medeverdachte] sprong bij [slachtoffer 1] op de rug. [slachtoffer 1] ging vervolgens toch rechtop staan. De verdachte zag dat [slachtoffer 1] [medeverdachte] probeerde het steken. [medeverdachte] riep toen naar de verdachte: ‘
schiet, schiet’en [medeverdachte] riep ook om hulp. De verdachte heeft vervolgens twee keer op [slachtoffer 1] geschoten. Vervolgens kwam [slachtoffer 1] niettemin met het mes op de verdachte af. De verdachte heeft vervolgens een hamer genomen en [slachtoffer 1] daarmee op zijn hoofd geslagen. Daarna hebben [medeverdachte] en de verdachte de woning verlaten. De verdachte heeft verklaard de hamer in de auto te hebben gegooid. [medeverdachte] kon vervolgens de sleutel van de auto niet meer vinden. De verdachte stond op dat moment bij de auto, hij meent bij het bijrijdersportier. Ze zijn toen via een steegje naar de Europaweg gerend. De verdachte heeft vervolgens een personenauto tot stoppen gemaand. Daarna zijn [medeverdachte] en de verdachte in deze auto weggereden. [24]
moestschieten. Hij dacht dat [medeverdachte] bijna dood ging. De verdachte meende dat hij het leven van [medeverdachte] moest redden door op [slachtoffer 1] te schieten. Hij zag op dat moment geen andere uitweg. Voorts heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij niemand “
de schuld in de schoenen wil schuiven” met betrekking tot het roepen van ‘
schiet, schiet’. Hij heeft voorts verklaard op de benen van [slachtoffer 1] te hebben gericht.
kijk uit, hij heeft een mes’. [medeverdachte] zag dat [slachtoffer 1] met het mes stekende bewegingen naar boven aan het maken was. [medeverdachte] voelde toen het mes in zijn lichaam. De eerste steek was in de bil van [medeverdachte] . [medeverdachte] werd hierna meerdere keren met het mes gestoken in zijn been. [medeverdachte] heeft toen de arm van [slachtoffer 1] vastgepakt. De verdachte probeerde op dat moment het mes uit de handen van [slachtoffer 1] te schoppen. [medeverdachte] zag vervolgens dat de verdachte een pistool vasthield en doorlaadde. [medeverdachte] zag en hoorde dat de verdachte op [slachtoffer 1] schoot. De verdachte heeft daarna nog een keer geschoten. Terwijl [medeverdachte] uit de woning wilde vluchten zag hij nog dat de verdachte [slachtoffer 1] met een hamer sloeg. De verdachte en [medeverdachte] hebben vervolgens de woning verlaten. Omdat [medeverdachte] de sleutel van de auto was verloren, was het niet mogelijk met de auto te vertrekken. De verdachte is vervolgens samen met [medeverdachte] weggerend. Op de Europaweg heeft de verdachte een auto tot stoppen gemaand. [medeverdachte] is vervolgens samen met de verdachte in deze auto weggereden, waarbij [medeverdachte] de auto heeft bestuurd. [26]
schiet, schiet’. Hij heeft voorts verklaard dat terwijl de verdachte schoot, hij [slachtoffer 1] vast had en zodoende een schampschot op zijn rechterhand heeft gekregen.
opeensvoor zijn voeten lag en dat hij niet weet waar dit pistool vandaan is gekomen. Voorts heeft de verdachte verklaard dat hij het pistool na het schieten in de woning heeft laten vallen en dat dit pistool dus in de woning is achtergebleven. De verdachte heeft voorts verklaard dat hij tijdens de diefstal van de auto, merk Fiat, type Panda, geen wapen heeft gebruikt. [medeverdachte] heeft verklaard niet te weten waar het pistool vandaan is gekomen. Ook heeft [medeverdachte] verklaard dat hij tijdens de diefstal van de auto geen wapen in de handen van de verdachte heeft gezien.
- [medeverdachte] heeft de verdachte met een auto opgehaald om samen een hennepplantage te gaan stelen;
- de verdachte heeft samen met [medeverdachte] geprobeerd de woning via de achterzijde te bereiken door het slot van de tuindeur te forceren;
- de verdachte is vervolgens samen met [medeverdachte] weggereden;
- de verdachte en [medeverdachte] hebben zich samen omgekleed in politie-uniformen en zijn vervolgens samen naar de voorzijde van de woning gereden;
- ze hebben samen aangeklopt en hebben vervolgens samen de woning betreden;
- bij het betreden van de woning hebben ze zich ieder over één van de aangevers ontfermd;
- [medeverdachte] is naar de bovenverdieping gegaan om de aldaar aanwezige hennep te stelen, terwijl de verdachte beneden bij aangevers is gebleven om deze in bedwang te houden;
- [medeverdachte] is op een gegeven moment naar beneden gekomen omdat er sprake zou zijn van een schermutseling tussen de verdachte en [slachtoffer 1] ;
- toen [slachtoffer 1] weigerde mee te werken, heeft [medeverdachte] een wapen op zijn hoofd gericht, waarbij de verdachte tegen [medeverdachte] zei: ‘
- [medeverdachte] is vervolgens met [slachtoffer 1] in een worsteling geraakt, waarbij [medeverdachte] door [slachtoffer 1] meerdere keren met een mes is gestoken;
- [medeverdachte] heeft op dat moment tegen de verdachte gezegd: ‘
- de verdachte heeft vervolgens minimaal twee keer op [slachtoffer 1] geschoten;
- de verdachte heeft vervolgens een hamer gepakt en [slachtoffer 1] hiermee meerdere malen op zijn hoofd geslagen;
- hierna zijn beide verdachten samen uit de woning gevlucht.
Uit de auto! En zo snel mogelijk! Anders gebeuren ongelukken hier!’.
Ik ben gewapend, ik ben gewapend”. [getuige 6] zag dat de inbreker stopte met vluchten en de woonkamer weer in kwam rennen, op [getuige 6] af. [getuige 6] zag dat de inbreker een wolk pepperspray in zijn richting spoot en toen is [getuige 6] via de hal en de voordeur naar buiten gerend. [getuige 6] wist dat [getuige 7] buiten was en hij riep hem. [getuige 7] en [getuige 6] zijn toen meteen de woning in gerend. [getuige 6] zag en voelde dat de inbreker opnieuw met pepperspray in de richting van [getuige 7] en van hem spoot. [getuige 6] voelde zijn ogen branden. Hij werd vol in zijn gezicht geraakt, tot twee keer toe met pepperspray. [getuige 6] zag dat de inbreker naar buiten vluchtte via de achterdeur. [getuige 7] ging achter de inbreker aan. [getuige 6] kon [getuige 7] niet helpen omdat hij niets meer zag. In een flits heeft [getuige 6] naar een mes in het messenblok op het aanrecht gegrepen. Hij kon het mes niet goed zien vanwege de pepperspray, die nog in zijn ogen zat. Hij zag in een flits dat de inbreker al voor een groot deel over de schutting was geklommen en dat [getuige 7] de inbreker bij een been vast had. Terwijl de inbreker nog aan het klimmen was, spoot hij nog twee keer met pepperspray in het gezicht van [getuige 6] . [getuige 7] kreeg vervolgens ook de volle lading aan pepperspray in zijn gezicht. [getuige 6] zag ook nog vaag dat de inbreker [getuige 7] sloeg. Hij zag niets doordat het donker was en de pepperspray in zijn ogen prikte. Hij heeft de inbreker toen gestoken met het mes. [getuige 6] denkt dat hij de inbreker een paar keer heeft gestoken. [33]
Kom, kom er is iemand in mijn woning”. [getuige 7] liep toen de woonkamer in en zag links een persoon midden in de woonkamer staan. Hij zag dat die persoon recht voor hem stond. [getuige 7] wilde een stap zetten naar deze man om hem te kunnen grijpen. Hij zag dat de man in zijn hand iets had dat leek op een busje. Hij herkende aan de lichaamshouding van de man en de greep op het voorwerp dat de man een busje met CS-gas of pepperspray in zijn hand hield. [getuige 7] is zelf werkzaam bij de politie en herkende dit direct. Een fractie later zag [getuige 7] dat de man in zijn richting wees met het busje en in de richting van zijn gezicht spoot. [getuige 7] voelde dat hij aan de linkerzijde van zijn gezicht werd geraakt met een vloeistof. Op dat moment liep [getuige 7] naar de gang en pakte een jas van de kapstok om deze als afscherming voor de spray te gebruiken.
Hij is naar achteren, naar buiten”. Via de woonkamer renden [getuige 6] en [getuige 7] langs de keuken, de bijkeuken in. [getuige 7] rende de plaats op en zag helemaal achter in de tuin links in de hoek de man over de schutting klimmen. Hij pakte het onderbeen van de man vast en probeerde de man terug naar beneden te trekken, zodat hij niet zou kunnen ontkomen. De man sproeide nog een keer met pepperspray. [getuige 7] zag en voelde niets, maar hoorde dat er gespoten werd. Vervolgens voelde [getuige 7] vloeistof over zijn achterhoofd en nek stromen. Hij zei tegen [getuige 6] : “
Ga mensen halen”. Hij hoorde [getuige 6] zeggen: “
Dat gaat niet, ik zie niks meer”.
Help, help, ik ben gestoken”. Tevens hoorde hij dat er vanaf de andere zijde van de schutting werd geroepen: “
Het is een inbreker. Ik ben zelf van de politie, bel de politie.” Inmiddels waren ook [getuige 11] en [getuige 10] ter plaatse gekomen. [getuige 8] riep vervolgens naar de mannen aan de andere kant van de schutting: “
Laat maar los, we hebben hem vast.” [getuige 8] en [getuige 11] begeleidden de man naar de grond, zodat hij op zijn beide benen kwam te staan. [getuige 8] zag dat de man een schroevendraaier uit zijn rugzak pakte en hoorde de man zeggen: “
Ik steek jullie allemaal.” [getuige 8] zag ook dat de man twee stekende bewegingen maakte in de richting van [getuige 12] , de buurvrouw die inmiddels ook ter plaatse was gekomen. [getuige 8] is op dat moment bovenop de man gedoken. Ook [getuige 10] en [getuige 9] zijn bovenop de man gaan liggen. [35]
Hallo, hallo”, maar daar reageerde niemand op. Daarna doorzocht hij het hele huis op zoek naar een kluis. Hij deed vervolgens wat voorwerpen in de kussensloop: een geldkistje, parfum en een laptop. Hij legde de kussensloop daarna op de eetkamertafel en liep naar de kast in de woonkamer. Er zou namelijk ook nog geld in een lade van een kast in de woonkamer liggen. De verdachte stond midden in de woonkamer. Hij hoorde toen iets aan de voordeur en opeens stond er een man naast hem in de woonkamer. Die man viel hem aan. De man trok de muts die hij droeg voor zijn ogen en sloeg hem. De man ging toen weer weg via de voordeur. Doordat hij door de man werd aangevallen, was zijn muts op de grond gevallen. Hij wilde zijn muts oprapen en wegrennen. Een paar seconden later kwam die man echter met een andere man naar binnen gerend via de voordeur. Later heeft hij vernomen dat die andere man agent van politie was. Hij had zich bewapend met pepperspray; om zich te weren spoot hij daarmee. Hij rende vervolgens de achtertuin in en sprong op de schutting.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
1. meer subsidiair:
1. primair
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
onder vuur liggenvanwege verslechterde omstandigheden.
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
zondermeeraan dat dit een bijzonder traumatische gebeurtenis voor [slachtoffer 3] moet zijn geweest. De rechtbank heeft er nota van genomen dat [slachtoffer 3] onder behandeling staat van een psycholoog. Nu is vastgesteld dat zij lijdt aan PTSS heeft de rechtbank kunnen vaststellen dat er een in de psychiatrie erkend ziektebeeld bij [slachtoffer 3] bestaat. Dat deze ziekte werd veroorzaakt door de gebeurtenissen op 10 mei 2016 acht de rechtbank aannemelijk.
zondermeeraan dat de diefstal van de auto onder bedreiging van geweld een bijzonder traumatische gebeurtenis voor [slachtoffer 2] is geweest. De rechtbank heeft er nota van genomen dat [slachtoffer 2] onder behandeling heeft gestaan van een psycholoog. Nu is vastgesteld dat zij lijdt aan PTSS heeft de rechtbank kunnen vaststellen dat er sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat er immateriële schade is geleden welke zich leent voor aansprakelijkheid van de verdachte en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het door de verdachte gepleegde strafbaar feit. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het gevorderde bedrag van € 2.500, en de wettelijke rente over dit bedrag, te berekenen over de periode vanaf 10 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het onder 1. meer subsidiair en onder 2. tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat onder 1. meer subsidiair en onder 2. meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert, zoals deze hierboven onder 4 zijn omschreven;
- verklaart de verdachte daardoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan
- veroordeelt de verdachte in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging, aan de zijde van [slachtoffer 3] tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van
€ 2.500, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 10 mei 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 35 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door [medeverdachte] geheel of gedeeltelijk is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] voor het overige af;
- veroordeelt de verdachte in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging, aan de zijde van [slachtoffer 1] tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van
€ 49.520, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 10 mei 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 282 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door [medeverdachte] geheel of gedeeltelijk is betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd van deze betalingsverplichting;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan
- veroordeelt de verdachte in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging, aan de zijde van [slachtoffer 2] tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van
€ 2.950,44, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 10 mei 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 39 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door [medeverdachte] geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van deze betalingsverplichting;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan
- verklaart [getuige 6] voor het overige niet-ontvankelijk in diens vordering;
- veroordeelt de verdachte in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging, aan de zijde van [getuige 6] tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van
€ 500, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 31 december 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan
- verklaart voor het overige [aangever] niet-ontvankelijk in haar vordering;
- veroordeelt de verdachte in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging, aan de zijde van [aangever] tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van
€ 900, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 31 december 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 18 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft;