Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
1 tot en met 4;
Rechtbank Limburg
Partijen, die gezamenlijk een woning huren van Wonen Zuid, zijn niet gehuwd en hun affectieve relatie is beëindigd. De vrouw verzocht de rechtbank om haar het exclusieve gebruik van de woning toe te wijzen voor zes maanden, waarbij de man de woning zou moeten verlaten. De man vorderde hetzelfde voor zichzelf.
De rechtbank constateerde dat het spoedeisend belang aanwezig was, maar dat de belangen van de minderjarige kinderen onvoldoende feitelijk waren onderbouwd, mede door het ontbreken van een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming. Ook waren de financiële draagkracht en investeringen onvoldoende geobjectiveerd.
Gezien de huidige situatie waarin de man in de woning verblijft en voldoende middelen lijkt te hebben om de huur te betalen, oordeelde de rechtbank dat het gebruiksrecht voorlopig aan hem toekomt. De vordering van de vrouw werd afgewezen, die van de man toegewezen, en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Vordering vrouw afgewezen, man krijgt zes maanden exclusief gebruiksrecht woning toegewezen met kostencompensatie.