Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Om genoemde redenen heeft de rechtbank geen enkele reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de hiervoor genoemde resultaten van het door de politie gedane onderzoek en de door de voorzitter van de stichting gedane aangifte. Daaruit komt naar voren dat alle genoemde 27 geldopnames of betalingen niet ten behoeve van de stichting zijn gedaan en dus door [verdachte] voor privédoeleinden zijn aangewend. Van een expliciete toestemming door het bestuur van de stichting voor die geldopnames en betalingen voor privédoeleinden door verdachte is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank is – op grond van het voorgaande en alle hiervoor genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien – van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich als penningmeester van de stichting in het tijdvak van 18 augustus 2012 tot 12 juni 2014 alle door de politie onder 1 tot en met 27 vermelde geldbedragen van de bankrekening van de stichting bij de Regiobank wederrechtelijk heeft toegeëigend. Dit met uitzondering van het geldbedrag zoals staat vermeld onder post 26. Immers, deze post is per abuis eveneens opgenomen onder post 5. De rechtbank acht daarom slechts het bedrag zoals vermeld onder post 5. bewezen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte die geldbedragen van in totaal €7.654,67 van de bankrekening van de stichting bij de in Limburg gevestigde Regiobank, dan wel uit de in Limburg gehouden kas van de stichting heeft verduisterd, reden waarom zij bewezen acht dat verdachte de meermalen verduistering in Limburg heeft gepleegd.
De rechtbank overweegt voorts dat vast is komen te staan dat verdachte tweemaal een bedrag van € 200,00 terugbetaald heeft aan de stichting. Namelijk éénmaal door schriftelijke overboeking (nadat hij de factuur van de USA-garage voor de APK-keuring met geld van de stichting had betaald) en éénmaal door een contant bedrag van € 200,00 aan de kas te betalen (voor zijn twee katten) nadat hij ditzelfde bedrag had gepind van de rekening van de stichting. Deze terugbetalingen doen niets af aan het feit dat verdachte hieraan voorafgaand willens en wetens de volledige geldbedragen heeft gepind voor privédoeleinden en daarna over die bedragen heeft beschikt ten eigen bate.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag;
- veroordeelt de verdachte tevens tot een gevangenisstraf van één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;
- bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij Stichting [benadeelde partij] , [adres] , te betalen een bedrag van €7.654,67, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 1 augustus 2012 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Stichting [benadeelde partij] , [adres] , van een bedrag van €7654,67, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 1 augustus 2012 tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 72 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft; ;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.