Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 101,05
- griffierecht 952,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
VGZ Zorgkantoor was belast met de uitvoering van de AWBZ en kende aan gedaagde een persoonsgebonden budget (PGB) toe voor de jaren 2013 en 2014. Gedaagde verzuimde het ontvangen bedrag volledig te verantwoorden. VGZ Zorgkantoor vorderde terugbetaling van €23.534,70 via beschikkingen waarop geen bezwaar of beroep werd ingesteld, waardoor deze beschikkingen formeel rechtskracht kregen.
Gedaagde stelde dat zij niet wist van de mogelijkheid tot bezwaar vanwege onduidelijke informatie in de beschikkingen, maar de kantonrechter oordeelde dat de informatie over bezwaar maken duidelijk was omschreven, inclusief wijze, termijn en adres. Gedaagde had ook geen telefonisch contact gezocht voor toelichting.
De kantonrechter stelde vast dat de terugvordering niet inhoudelijk door de bestuursrechter is beoordeeld omdat gedaagde geen gebruik maakte van deze mogelijkheid. De kantonrechter was daarom niet bevoegd tot inhoudelijke beoordeling. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden als redelijk erkend.
De vordering van €25.000 werd volledig toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 december 2017. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten van €1.853,05. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €25.000, vermeerderd met rente en proceskosten wegens formele rechtskracht van terugvordering PGB.