Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
d.
12 juni 2018
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
[verdachte] verblijft bij zijn vriendin op Heerlerheide. [verdachte] is zeer gewelddadig. Enkele maanden geleden was hij in het bezit van een pistoolmitrailleur met een lang magazijn. [verdachte] heeft in die tijd rondgevraagd voor munitie. Ook heeft hij een kogelvrij vest in zijn bezit.”
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De wettelijke voorschriften
- de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
- de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet;
- artikel 10.15 van de Telecommunicatiewet;
- de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.