ECLI:NL:RBLIM:2018:8798
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van openlijke geweldpleging wegens ontbreken wezenlijke bijdrage verdachte
Op 25 oktober 2013 vond in Weert een reeks vechtpartijen plaats waarbij een groep van vijf mannen betrokken was. De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen deze verdachten wegens openlijke geweldpleging gericht tegen personen en goederen in twee cafés en op de Oelemarkt.
De officier van justitie stelde dat alle vijf verdachten deel uitmaakten van de groep die het geweld pleegde, waarbij niet iedereen fysiek geweld gebruikte maar wel een rol had. De verdediging betoogde dat niet overtuigend bewezen kon worden dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het tenlastegelegde.
De rechtbank oordeelde dat alleen aanwezigheid in de groep onvoldoende is voor een veroordeling; er moet een wezenlijke bijdrage zijn aan het geweld. Voor twee verdachten kon die bijdrage niet worden vastgesteld, waardoor zij werden vrijgesproken. Voor de drie anderen werden geheel voorwaardelijke gevangenisstraffen van drie en vier maanden opgelegd, mede vanwege het tijdsverloop en de ernst van het geweld.
De rechtbank benadrukte dat de verdachte wel een verwijt kan worden gemaakt omdat hij onvoldoende heeft gedaan om het geweld te voorkomen en de groep versterkte, maar dat dit niet volstaat voor een veroordeling. Het vonnis werd uitgesproken op 20 september 2018 door de meervoudige kamer van rechtbank Limburg te Roermond.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van een wezenlijke bijdrage aan openlijke geweldpleging.