Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding;
- de nagezonden stukken van [eiser] ;
- de mondelinge behandeling;
- de pleitnota van [eiser] ;
- de pleitnota van Nagel und Hoffbaur.
2.De feiten
4.De beoordeling
980,00;
Rechtbank Limburg
Eiser is bij vonnis veroordeeld tot betaling van een geldbedrag aan Nagel und Hoffbaur, die vervolgens executoriaal beslag legde op roerende zaken van eiser. Eiser stelt dat deze zaken niet meer zijn zijn eigendom, maar die van zijn zonen, en dat de executoriale verkoop onrechtmatig is. Hij baseert dit op verklaringen van zijn accountant en een lijst van overgedragen zaken.
Eiser vordert de opheffing van het beslag en dwangsommen bij overtreding. Nagel und Hoffbaur voert verweer. De voorzieningenrechter oordeelt dat, zelfs aangenomen dat de eigendom correct is overgedragen, eiser geen belang heeft bij de vordering omdat niet hij maar zijn zonen schade lijden bij executoriale verkoop. Eiser heeft ook niet onderbouwd waarom hij aansprakelijk zou zijn jegens zijn zonen.
De rechter wijst de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten. De overige verweren behoeven geen beoordeling meer. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vordering tot opheffing executoriaal beslag wordt afgewezen wegens gebrek aan belang eiser.