Stichting Aloysius, een organisatie voor speciaal onderwijs en jeugdzorg, besloot werknemer [gedaagde partij] per 4 september 2017 over te plaatsen. Werknemer startte een kort geding bij de rechtbank Den Haag en verkreeg een vonnis dat hem binnen 24 uur in zijn oude functie moest herstellen, met een dwangsom van €500 per dag bij niet-naleving.
Na het vonnis toonde Stichting Aloysius zich bereid tot nakoming en voerde constructief overleg met werknemer, wat leidde tot een positieve uitkomst: werknemer hervatte zijn werkzaamheden op 27 februari 2018. De kantonrechter stelde vast dat de vertraging mede aan werknemer te wijten was vanwege aanvullende eisen.
De rechtbank oordeelde dat Stichting Aloysius geen dwangsommen had verbeurd omdat zij het vonnis adequaat uitvoerde. Het executoriaal beslag door werknemer leidde tot onverschuldigde betaling door Stichting Aloysius. De vordering van Stichting Aloysius tot betaling van €17.832,19 plus rente en kosten werd toegewezen, terwijl de vordering van werknemer werd afgewezen.