Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
zich van 1 oktober 2015 tot en met 4 februari 2016 schuldig heeft gemaakt aan aanranding van of ontucht met [slachtoffer 1] , die op dat moment minderjarig en aan zijn opleiding toevertrouwd was.
zich van 1 november 2015 tot en met 4 februari 2016 schuldig heeft gemaakt aan aanranding van [medestagiare 1] .
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreektde verdachte
vrijvan het tenlastegelegde onder feit
1 primair en feit 2;
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt de verdachte voor
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht,
- verklaart de benadeelde partij
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt tot heden begroot op nihil;
[slachtoffer 1];
1032,50 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 9 februari 2016 tot de dag der algehele voldoening;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van 1032,50 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 9 februari 2016 tot de dag der algehele voldoening, subsidiair
- bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van 1032,50 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 9 februari 2016 tot de dag der algehele voldoening ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;