Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
en [verbalisant 2], hoofdagent van politie eenheid Limburg, relateerden – zakelijk weergegeven – het volgende:
de rechtbank begrijpt: aangeefster [slachtoffer 3]) en onze zoon over de Koninginnelaan in Roermond. Wij fietsten vanuit het Zwartbroekplein in de richting van de Bredeweg over het vrij liggende fietspad. Ik fietste voorop en mijn echtgenote fietste op korte afstand achter mij. Op het moment dat ik ter hoogte van perceelnummer [adres] fietste zag ik een man de bocht om komen lopen vanaf de Bredeweg. Die man liep de voortuin van perceel [adres] in. Ik zag dat die man een grote sierkei uit die tuin opraapte. Ik zag toen dat die man die sierkei richting mijn hoofd gooide. Hierbij keek hij mij recht aan. Ik schat dat ik op dat moment ongeveer 4 á 5 meter van hem verwijderd was en dat die sierkei mij op een halve meter na miste. Ik zag dat hij zich wederom bukte en nog een sierkei opraapte. Ik stopte en was ongeveer 3 meter van die man vandaan. Mijn echtgenote fietste op dat moment nog achter mij. Ik zag toen dat die man die kei in de richting van mijn echtgenote gooide. Ik zag dat ze een slinger met de fiets maakte. Wij zijn toen snel een stuk doorgefietst en voorbij de rotonde zijn wij gestopt.
camerabeelden [9] van de tunnel op de Koninginnelaan te Roermond van 26 augustus 2018 omstreeks 14.30 uur bekeken. Daarover relateerde zij het volgende:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart de feiten 1 primair, 2, 3, 4 en 5 bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 primair, 2, 3, 4 en 5 tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van 15.179,12 euro, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 110 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 26 augustus 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.