Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 oktober 2019, met 11 producties,
- de mondelinge behandeling van 12 november 2019, waarbij [gedaagde] een conclusie van antwoord/pleitnota in kort geding heeft voorgedragen en overgelegd.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
29 augustus 2019 geen enkele handeling heeft verricht waaruit [gedaagde] heeft moeten kunnen concluderen dat hij niet zou kunnen blijven wonen aan [adres] . Schade is daarom volgens hem niet aan de orde.
- griffierecht € 639,00
- salaris advocaat
€ 980,00,
totaal € 1.720,06.