ECLI:NL:RBLIM:2019:10634
Rechtbank Limburg
- Kort geding
- E.P. van Unen
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst en voorwaardelijke ontruiming in huurgeschil
In deze kortgedingprocedure tussen verhuurster en huurster heeft de kantonrechter vastgesteld dat partijen voorafgaand aan de mondelinge behandeling tot volledige overeenstemming zijn gekomen. Deze overeenstemming is vastgelegd in een ondertekende vaststellingsovereenkomst, die onderdeel uitmaakt van het vonnis.
De kantonrechter heeft enkele kennelijke verschrijvingen in de overeenkomst gecorrigeerd, waaronder het corrigeren van een foutieve verwijzing naar de verhuurster in plaats van de huurster en het woord 'dienstverband'. Tevens is verduidelijkt dat 'na 2 december' gelezen moet worden als 'vanaf 2 december'.
Verhuurster heeft haar eis aangepast tot een voorwaardelijke ontruiming van het gehuurde, niet eerder dan 2 december 2019. Huurster heeft hiermee (impliciet) ingestemd. Indien huurster niet aan de afspraken voldoet, worden aanvullende eisen toegewezen, waaronder betaling van achterstallige bedragen en maandelijkse vergoedingen.
De proceskosten worden gecompenseerd indien huurster aan de overeenkomst voldoet. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een gedetailleerde regeling over ontruiming, betaling en kostenveroordeling bij niet-nakoming.
Uitkomst: Huurster wordt voorwaardelijk veroordeeld tot ontruiming en betaling conform de vaststellingsovereenkomst, met aanvullende veroordelingen bij niet-nakoming.