Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
8.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.3 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5. is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor feit 1 en feit 2 meer subsidiair tot
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf, in geval van tenuitvoerlegging, niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen;
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:
- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of
- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- stelt voorts de volgende
- de veroordeelde zal op geen enkele wijze - direct of indirect - contact opnemen, zoeken of hebben met de heer [slachtoffer 1] en [betrokken onderneming 1/slachtoffer 2] . De correspondentie (inclusief de processtukken) die gestuurd dient te worden in het kader van de op dit moment aanhangige of toekomstige (civielrechtelijke) procedures tussen de veroordeelde en de heer [slachtoffer 1] en/of [betrokken onderneming 1/slachtoffer 2] , zal door de veroordeelde aan de rechtbank worden gericht.
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ten aanzien van de post reiskosten niet ontvankelijk is en dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij met betrekking tot de post immateriële schade gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 3 april 2014 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- verklaart niet-ontvankelijk de vordering van de benadeelde partij met betrekking tot de immateriële schade voor het meerdere;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 1] , van € 750,00, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 3 april 2014 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;