Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] ,
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] Q.Q., in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 t/m 7
- de brief van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] met producties 8 t/m 15,
- de conclusie van antwoord tevens (voorwaardelijke) eis in reconventie met producties 1 t/m 19
- de mondelinge behandeling van 10 oktober 2019 waarbij partijen in persoon met hun gemachtigden zijn verschenen en mr. Dabekaussen heeft gepleit overeenkomstig de door haar overgelegde pleitnota
- de e-mails van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van 1 en 11 november 2019, waaruit volgt dat partijen geen minnelijke regeling hebben bereikt en vonnis vragen.
2.De feiten
3.De vorderingen in conventie en in reconventie
4.Het geschil
5.De beoordeling
€ 720,00 aan salaris gemachtigde.
6.De beslissing
mr. R.H.J. Otto.