ECLI:NL:RBLIM:2019:1090

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
5 februari 2019
Publicatiedatum
6 februari 2019
Zaaknummer
7218198 BR VERZ 18-264
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:149 lid 1 sub f BWArt. 4:149 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag executeur nalatenschap op eigen verzoek na compromis

De zaak betreft een verzoek van een erfgenaam om de executeur van de nalatenschap van de erflaatster te ontslaan wegens vermeende ongeschiktheid en communicatieproblemen. De executeur, tevens erfgename en zus van verzoeker, werd door de erflaatster benoemd en had haar functie aanvaard.

Verzoeker stelde dat de executeur niet in staat was haar taken adequaat uit te voeren, onder meer vanwege schulden en een verleden met verslavingsproblematiek, en dat dit de afwikkeling van de nalatenschap zou schaden. Verweerster betwistte deze beschuldigingen en gaf aan dat zij de nalatenschap zorgvuldig beheerde, met ondersteuning van een accountant, en dat zij de woning voorbereidde op verkoop.

De kantonrechter oordeelde dat de bezwaren van verzoeker onvoldoende concreet en onderbouwd waren om het ontslag van de executeur op grond van gewichtige redenen toe te wijzen. Partijen bereikten echter tijdens de mondelinge behandeling een compromis waarbij de executeur op eigen verzoek werd ontslagen en een notaris als boedelnotaris werd benoemd.

De kantonrechter wees het verzoek tot ontslag op gewichtige gronden af, maar verleende het ontslag op eigen verzoek en compenseerde de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De executeur wordt ontslagen op eigen verzoek na een compromis, het verzoek op grond van gewichtige redenen wordt afgewezen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht / Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer 7218198 BR VERZ 18-264
Beschikking van 5 februari 2019
op een verzoek van
[verzoeker] ,
wonend te [woonplaats 1] , aan de [adres 1] ,
verzoeker, in zijn hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar van de nalatenschap van [erflaatster] (verder: de erflaatster),
gemachtigde mr. J.P.C.M. van Riet.
tegen
[verweerster],
wonend te [woonplaats 2] aan de [adres 2] ,
verweerster, in haar hoedanigheid van erfgename en executeur van de nalatenschap van de erflaatster,
gemachtigde mr. F.H. Kuiper.

1.Verloop van de procedure

1.1.
Naar aanleiding van de beschikking van de kantonrechter van 3 december 2018 heeft verzoeker bij brieven, ter griffie ontvangen op 14 december 2018 en 9 januari 2019, en verweerster bij brief, ter griffie ontvangen op 27 december 2018, gereageerd.
1.2.
Vervolgens is beschikking bepaald en wordt vandaag uitspraak gedaan.

2.De feiten

2.1.
Op [overlijdensdatum] is te [overlijdensplaats] [erflaatster] , laatstelijk wonend te [woonplaats 3] , overleden.
2.2.
Bij testament van de erflaatster van 10 mei 2017 is verzoeker samen met zijn zus (verweerster) tot erfgenamen van de nalatenschap van de erflaatster benoemd. Verder is verweerster tot executeur van de nalatenschap van de erflaatster benoemd, welke benoeming
verweerster heeft aanvaard. Voormelde aanvaarding volgt uit de notariële akte (genaamd verklaring van executele) van 20 augustus 2018. Verzoeker heeft de nalatenschap van de erflaatster beneficiair aanvaard.
2.3.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen, in het kader van een bereikt compromis, aan de kantonrechter verzocht om mr. Knops, notaris bij Wolfs & Knops Notarissen, tot boedelnotaris te benoemen. De kantonrechter heeft bij beschikking van december 2018 dat verzoek niet ingewilligd en partijen uitgenodigd te reageren of hij nog dient te beslissen op het inleidende verzoekschrift.
2.4.
Verzoeker heeft bij brief van 8 januari 2019 aangegeven dat partijen weliswaar zijn overeengekomen om mr. Knops tot boedelnotaris te benoemen maar als verweerster niet terug treedt c.q. haar benoeming en aanvaarding tot executeur niet herroept ten overstaan van de notaris, dat verweerster dan nog steeds executeur van de nalatenschap is en in die hoedanigheid invloed kan uitoefenen op de afwikkeling daarvan. Om die reden verzoekt verzoeker een beslissing op zijn verzoek.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
In het inleidend verzoekschrift vraagt verzoeker - verkort weergegeven - om de executeur te ontslaan en voorafgaand te schorsen onder verbeurte van een dwangsom en om notaris mr. I.C.W. Willemsen tot executeur te benoemen. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat sprake is van gewichtige redenen. Hij verwijst daar voor naar de omstandigheid dat de communicatie tussen verzoeker en verweerster (broer en zus) niet goed verloopt, dat de nalatenschap van de erflaatster positief is en dat het beheer van de nalatenschap, door onder meer de verkoop van de tot de nalatenschap behorende onroerende zaak, bewerkelijk is. Verweerster is niet in staat en ongeschikt om haar taak als executeur van de nalatenschap uit te voeren en verzoeker vreest dat de nalatenschap alleen maar schade zal oplopen als verweerster als executeur aanblijft. Zo heeft verweerster aanmerkelijke schulden en kent zij een verslavingsproblematiek uit het verleden. Verder dient de administratie van de nalatenschap nog te worden gecontroleerd op overeenkomsten met derden en eventuele verplichtingen, de nalatenschap van vader nog te worden verdeeld, de woning die tot de nalatenschap behoort nog te worden verkocht en de inboedel nog te worden verdeeld. Verweerster geeft inboedelgoederen weg en is zij niet erg bedreven in het leggen van contacten met derden, met het maken van afspraken en het voeren tot onderhandelingen. Verzoeker twijfelt er aan dat verweerster zal overgaan tot betaling van de nog openstaande facturen en opzegging van overeenkomsten met derden.
3.2.
Verweerster stelt dat de nalatenschap van de erflaatster een positief saldo kent en dat de nalatenschap van vader reeds is verdeeld. Er is sprake van een zogenoemde ouderlijke boedelverdeling waarbij vader alle goederen bij testament aan de erflaatster heeft toebedeeld. Hierdoor hebben verzoeker en zij een (thans) opeisbare vordering op de nalatenschap van de erflaatster die nog moet worden opgenomen in de op te maken boedelbeschrijving. Dat zij voor het executeren van de nalatenschap ongeschikt en onbekwaam is betwist zij. Zij is werkzaam als assistent-bedrijfsleider en voor het uitoefenen van deze functie dient zij over zowel communicatieve als administratieve vaardigheden te beschikken. Als mantelzorgster van de erflaatster is zij goed bekend met de administratie van de erflaatster. Voor het opmaken van de boedelbeschrijving heeft zij de hulp van een accountant ingeroepen die haar kosteloos bijstaat en die haar ook zal bijstaan bij de aangifte IB en de erfbelasting. De afgelopen maanden is zij druk bezig geweest met het opruimen en
het gereed maken van de woning voor verkoop waartoe zij een aantal makelaars heeft benaderd. Zij heeft de voorschotnota van de energie aangepast om de woning voor de
verkoop enigszins verwarmd te houden. Verder was zij bezig met het afwikkelen van de administratie van de erflaatster en het voeren van gesprekken met de notaris en instanties. Zij heeft een inventarisatie van de vermogensbestanddelen gemaakt, lopende abonnementen opgezegd, de huishoudelijke schulden voldaan, de bank- en hypotheekhouder geïnformeerd en waardevolle goederen veilig gesteld en verzoeker daarover geïnformeerd. Zij heeft een aantal meubelen, die geen waarde vertegenwoordigden, aan de kinderen van verzoeker geschonken en de auto verkocht tegen een marktconforme waarde toen verzoeker aangaf geen interesse in de koop van de auto te hebben.

4.De beoordeling

4.1.
Voorop staat dat de erflaatster bij testament van 10 mei 2017 verweerster tot executeur heeft benoemd. Daarmee heeft de erflaatster kenbaar gemaakt dat zij verweerster, en niemand anders, als vertrouwenspersoon voor de afwikkeling van haar nalatenschap heeft aangemerkt.
4.2.
Uit het verhandelde ter mondelinge behandeling blijkt dat verzoeker zich gepasseerd voelde en het gevoel heeft dat hij nergens bij betrokken wordt. De door verzoeker gestelde twijfels, vrees en meningen over de persoon respectievelijk de werkzaamheden die door verweerster, in haar hoedanigheid van executeur, zijn verricht of nog dienen te worden verricht zijn, afgezet tegen het gemotiveerde verweer, te algemeen en onvoldoende onderbouwd om verweerster tot executeur te ontslaan of te schorsen op grond van gewichtige redenen. Het verzoek zal op die grond integraal worden afgewezen.
4.3.
Nu partijen echter ter mondelinge behandeling overeenstemming hebben bereikt over het ontslag van verweerster als executeur en nu beide partijen het er over eens zijn dat zij mr. Knops als boedelnotaris voor de nalatenschap van de erflaatster zullen aanzoeken en aanwijzen zal de kantonrechter verweerster ontslaan als executeur op grond van het bepaalde in art. 4:149 lid 1 sub f en Pro lid 2 BW.
4.4.
Nu beide partijen familie en daarnaast erfgenamen van dezelfde nalatenschap zijn, zal de kantonrechter de proceskosten compenseren in die zin dat iedere partij de hare draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
ontslaat met ingang van heden verweerster als executeur van de nalatenschap van [erflaatster] ,
5.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de hare draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Hoekstra, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.
YT