Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 480,00
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde een kort geding tussen een verhuurder en huurder over de betaling van achterstallige huurpenningen.
De huurder had een huurachterstand opgebouwd en stelde dat zij de huur mocht opschorten en verrekenen vanwege ernstige gebreken aan het gehuurde die de verhuurder niet had hersteld. De verhuurder vorderde betaling van de achterstallige huur, incassokosten en proceskosten.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst en de toepasselijke Algemene Bepalingen de huurder binden, waarbij opschorting en verrekening slechts zijn toegestaan onder strikte voorwaarden, waaronder rechterlijke vaststelling of zelfherstel door de huurder met gemaakte kosten.
De huurder had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de gebreken ernstig waren, dat de verhuurder in verzuim was, of dat zij daadwerkelijk herstelkosten had gemaakt. Ook was geen bewijs geleverd van gevolgschade die verrekening rechtvaardigt.
Daarom werd de vordering van de verhuurder tot betaling van de huurachterstand, incassokosten en proceskosten toegewezen, en werd het verweer van de huurder verworpen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur en incassokosten, opschorting en verrekening door huurder worden afgewezen.