Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
voorlopigeboedelbeschrijving overgelegd. Na de benoeming van verzoeker was het de wettelijke taak van verzoeker in zijn hoedanigheid van vereffenaar om, zoals in art. 4:211 lid 3 BW Pro is bepaald, een boedelbeschrijving op te maken en ter inzage neer te leggen. Deze ter inzagelegging had bij de griffie van deze rechtbank dienen te geschieden temeer nu verzoeker heeft gesteld dat er geen boedelnotaris is aangewezen en benoemd. Verzoeker heeft eerst bij het onder 1.1. vermelde verzoekschrift een boedelbeschrijving overgelegd die kennelijk “per 31-12-2018” geldt. Verder heeft verzoeker, buiten een verzoek van 5 oktober 2017, vanaf zijn benoeming tot en met heden geen bericht over het verloop van de vereffening meegedeeld. Gelet op de complexiteit van de nalatenschap die mede tot benoeming van verzoeker tot vereffenaar heeft geleid draagt de kantonrechter als toezichthouder pas bijna 8,5 jaar na het overlijden van de erflater summier kennis van het verloop van de vereffening.