Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Ten aanzien van feit 5 is aangevoerd dat uit de door getuige [naam 1] afgelegde verklaring en de beelden van de parkeerplaats weliswaar volgt dat verdachte op de betrokken parkeerplaats liep of zich bukte bij de onderhavige auto, maar uit die verklaring of beelden blijkt niet dat verdachte een kras op de auto met kenteken [nummer] heeft gemaakt of veroorzaakt.
- Dus als je mij niet je woorden terugroept dan na de rechtzaal sla ik je helemaal naar de klote vrouw,
“Duz als jij er mij niet je woorden terugroept dan na de rechtzaal sla ik je helemaal naar de klote vrouw”.
Jij hebt me alles afgepakt en bent daar mede verantwoordelijk voor als ik nu 12 januari onder bewind staat wat jij had kunnen voorkomen heb ik niks meer te verliezen en ga ik zorgen dat ik de bak indraai en jij bent mijn slachtoffer dan!!!!!!!"
17 februari 2017 aangifte [6] gedaan van vernieling gepleegd op 22 januari 2017 tussen
De rechtbank overweegt, ten aanzien van het door de raadsman gevoerde verweer, dat niet aannemelijk is geworden dat de door aangeefster [slachtoffer 2] genoemde deuken zich al voor 22 januari 2017 in dat rolluik bevonden.
- de bekennende verklaring van de verdachte ter zake van dat feit [9] , afgelegd ter terechtzitting van 5 december 2019;
- de op 17 februari 2017 door [slachtoffer 2] gedane aangifte [10] .
1 januari tot en met 27 februari 2017 veelvuldig heeft gebeld naar [slachtoffer 2] , dat hij ook veelvuldig e-mails en sms-berichten aan mevrouw [slachtoffer 2] heeft gestuurd en dat hij tevens heeft ingesproken op haar voicemail. Verdachte verklaarde verder dat het best mogelijk is dat hij daarbij bedreigende woorden heeft geuit en bedreigende teksten heeft geschreven.
Aangever [slachtoffer 12] [15] heeft verklaard dat hij op 14 maart 2017 omstreeks 18.00 uur zijn blauwe Peugeot 407 met kenteken [nummer] parkeerde op de openbare parkeerplaats gelegen aan de Nieuwe Markt te Linne, en dat hij dat voertuig toen in onbeschadigde toestand achterliet. Op 15 maart 2017 omstreeks 17.30 uur ontdekte hij schade aan zijn auto. Hij zag krasschade op de achterklep en rechtsachter.
t.a.v. feit 6:Aangever [slachtoffer 3] , wonende op het adres [adres 4] , heeft op
5 april 2016 aangifte [18] gedaan van bedreiging met zware mishandeling van hem en zijn vriendin [slachtoffer 4] op de Nieuwe Markt te Linne, gepleegd door hun buurjongen [verdachte] wonende op het adres [adres 3] . [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij en zijn vriendin op 3 april 2016 omstreeks 17.00 uur , buiten stonden voor het appartementencomplex waarin zij wonen. Hij zag toen dat [verdachte] op zijn balkon stond. Hij hoorde [verdachte] toen zeggen: "Ik ga jullie drie keer zwaarder mishandelen dan de afgelopen keer, ik kom zo meteen wel naar onder". Hierbij wees [verdachte] in de richting van hem en zijn vriendin. Genoemde [slachtoffer 3] verklaarde verder dat, door het feit dat hij al eerder door [verdachte] was mishandeld, er bij hem de redelijke vrees is ontstaan dat hij, of zijn vriendin, zwaar lichamelijk letsel kunnen oplopen door het toedoen van [verdachte] en dat zij zich beiden enorm bedreigd voelden.
3 april 2016 te Linne genoemde [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft bedreigd met zware mishandeling.
voelde zich daardoor bedreigd.
- de bekennende verklaring van de verdachte ter zake van dat feit, afgelegd ter terechtzitting van 5 december 2019 [33] , en
- de op 2 november 2016 door [slachtoffer 5] gedane aangifte [34] .
De rechtbank is van oordeel dat door het handelen van de verdachte de voordeur is beschadigd en onbruikbaar gemaakt, omdat krassen op die deur waren ontstaan en tevens het slot van die deur ontzet was.
- de bekennende verklaring van de verdachte ter zake van dat feit, afgelegd ter terechtzitting van 5 december 2019 [35] , voor zover inhoudende dat hij erkent dat hij begin november 2016, tijdens een verhoor op het politiebureau in Roermond bedreigende woorden naar twee politieagenten toe heeft gezegd, namelijk dat hij toen tegen beiden heeft gezegd: “Als je bij mijn deur komt schiet ik je door je flikker”, of dergelijke woorden.
- de op 3 november 2016 door [slachtoffer 10] , agent van politie eenheid Limburg, gedane aangifte [36] en
- de op 3 november 2016 door [slachtoffer 11] , (hoofd)agent van politie eenheid Limburg, gedane aangifte [37] .
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
Verdachte heeft door die vele bedreigingen en die belaging bij de slachtoffers van die feiten gevoelens van onveiligheid veroorzaakt en daardoor ieder slachtoffer telkens leed aangedaan. Verdachte heeft door het plegen van deze feiten geen respect getoond voor de integriteit van al deze personen. Daar komt bij dat de verdachte geen enkel oog heeft gehad voor de schade die telkens door hem aan de betrokken slachtoffers (van de feiten 2, 5 en 11) is toegebracht. De rechtbank rekent dit verdachte aan.
Geadviseerd wordt een behandeling als hiervoor op te leggen als bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf. Daarnaast wordt geadviseerd om een verplicht reclasseringscontact op te leggen.
De rechtbank zal aan de Reclassering Nederland opdracht verlenen aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de aan de voorwaardelijke veroordeling te verbinden voorwaarden.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
Hij heeft primair verzocht, gelet op de door hem bepleite vrijspraak voor feit 7, de benadeelde partij ter zake van het gevorderde bedrag van €304,-- voor de mishandeling op
De raadsman heeft zich ter zake van het gevorderde bedrag van €200,-- voor de bedreiging op 27 augustus 2016 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart verdachte daarvoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat de tijd die door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat veroordeelde voor het einde van de proeftijd:
- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of
- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel
- de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
bijzondere voorwaarden, waaraan veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
c. begeleid wonen of maatschappelijke zorg:dat veroordeelde gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, moet verblijven in RIBW De Vliet, of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang te bepalen door de reclassering, en dat verdachte zich moet houden aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
d. meewerken aan middelencontrole:
opdracht aan de Reclassering Nederlandtoezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil;
- veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;
- verklaart de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van het meer gevorderde niet-ontvankelijk;
de verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van de heer [slachtoffer 3] , voornoemd,
van een bedrag van in totaal €300,--, bij gebreke van betaling en verhaal
te vervangen door 6 dagen hechtenis, zoals hierna is vermeld, namelijk:
- bepaalt dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet opheft;
- verstaat dat verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.