Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- de verklaringen van [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 5] , alsmede de bevindingen van de verbalisanten, welke bewijsmiddelen elkaar onderling steunen;
- de verklaring van [naam medeverdachte 1] , met dien verstande dat hij zijn rol tijdens de ripdeal verwisselt met die van de verdachte;
- het aantreffen van een knalpatroon in de vluchtauto en een knalpatroon op de weg (op een van de plaatsen delict) en de uitkomst van het technisch onderzoek waaruit blijkt dat deze patronen uit hetzelfde wapen afkomstig zijn;
- het aantreffen van de hennep in de vluchtauto.
- de verdachte door het schieten een significante bijdrage heeft geleverd aan de diefstal met bedreiging met geweld en zich hierbij, vanaf dat moment, heeft aangesloten terwijl hij op dat moment wist dat er zojuist een ripdeal had plaatsgevonden;
- hij daarnaast een wezenlijke bijdrage aan de diefstal met bedreiging met geweld heeft geleverd door op belangrijke momenten in het voortraject aanwezig te zijn geweest.
- henneptoppen, verpakt in twee aparte plastic gripzakken (SIN AAIK7078NL);
- henneptoppen, verpakt in twee aparte plastic gripzakken (SIN AAGM9598NL);
- henneptoppen, verpakt in één aparte plastic gripzak (SIN AAGM9596NL).
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
- de verdachte het wapen niet alleen heeft getoond, maar meermalen met het wapen heeft gericht op en geschoten in de richting van het slachtoffer;
- de bedreiging heeft plaatsgehad tijdens een wilde achtervolging waarbij het verkeer in gevaar is gebracht.
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 2 en 3 tot een gevangenisstraf van 17 maanden;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam verbalisant] , woonplaats kiezende te Maastricht, politie Eenheid Limburg, ten aanzien van feit 2 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 1.000,-- te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 25 september 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [naam verbalisant] , van € 1.000,-- bij niet betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 25 september 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen.