De huurder heeft bij kort geding gevorderd dat de verhuurder diverse gebreken in de woning binnen tien dagen zou herstellen, onder verbeurte van een dwangsom. De verhuurder heeft verweer gevoerd en het bestaan van sommige gebreken betwist.
De rechtbank heeft een descente gehouden om de gebreken te beoordelen en constateerde dat niet alle gebreken voldoende waren onderbouwd of spoedeisend waren. Kleine herstellingen, zoals het vervangen van een sifon, behoren tot de verantwoordelijkheid van de huurder. Daarnaast was onduidelijk of sommige gebreken, zoals vochtplekken en lekkages, daadwerkelijk recent en toerekenbaar aan de verhuurder waren.
De rechtbank oordeelde dat de huurder onvoldoende spoedeisend belang had en dat de vorderingen onvoldoende kans van slagen hadden in een bodemprocedure. Daarom wees zij de vordering af en veroordeelde de huurder tot betaling van de proceskosten.