Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
.
3.De beoordeling van het bewijs
- de verklaring van de verdachte dat hij eenmaal met de honkbalknuppel heeft geslagen bovendien niet redengevend kan zijn, omdat hieruit niet blijkt dat hij [slachtoffer 2] hiermee zou hebben geraakt;
- het volstrekt onduidelijk is wat het bij [slachtoffer 2] aangetroffen letsel heeft veroorzaakt.
- haar heel hard duwde, waardoor zij achteruit op de grond viel;
- haar vervolgens bij haar armen pakte en haar door de gang trok;
- haar vastpakte en begon te trappen.
De bewijsmiddelen
- een bloedende wond op het voorhoofd;
- meerdere verse krassen en rode afdrukken op de voor- en achterzijde van het lichaam.
- Datum maken letselbeschrijving: 31-10-2018.
- Medische informatie betreffende: [slachtoffer 2] .
- Datum incident: 30-10-2018 omstreeks 07:00.
- SEH diagnose: letsel op voorhoofd, links van het midden: bloeduitstorting, scheurwond en zwelling; drukpijn rechter thoraxhelft; verder geen uitwendig en/of inwendig letsel aangetoond op SEH.
- Gemelde klachten: forse hoofdpijn, pijn rechterachterzijde borstkas.
- Ouderdom letsels: Het huidige tijdsinterval past bij de ouderdom van de letsels.
- Past de opgegeven toedracht - mishandeling met een honkbalknuppel - bij het letsel? Goed.
Het verweer van de verdediging
De overweging omtrent het bewijs
De conclusie
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
- volgens de richtlijnen van het openbaar ministerie voor poging tot zware mishandeling een gevangenisstraf van vijf maanden passend is;
- het oriëntatiepunt van de Rechtspraak voor een voltooide zware mishandeling een gevangenisstraf van zeven maanden is;
- er sprake is van recidive;
- hij bij zijn eis rekening heeft gehouden met het feit dat ook tegen de verdachte geweld is gebruikt;
- hij zijn eis alleen heeft gebaseerd op feit 2 subsidiair en niet op feit 1.
7.Het beslag
8.De vordering na voorwaardelijke veroordeling
9.De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het onder 2 subsidiair tenlastegelegde feit bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor feit 2 subsidiair tot een gevangenisstraf van 4 maanden;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 03/131010-16 toe;
- gelast dat de voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf van 3 maanden, alsnog zal worden tenuitvoergelegd;
- wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling met parketnummer 03/700255-17 toe;
- gelast dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog geheel, te weten voor een periode van 26 dagen, moet worden ondergaan.