Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Limburg
Verzoekster is op 4 februari 2016 gevallen bij een parkeerstrook nabij een supermarkt in Maastricht, ter hoogte van een boomrooster op een zogenaamde druppel die aansluit op het trottoir. De boomrooster vertoonde hoogteverschillen door wortelopdruk, wat leidde tot haar val en ernstig letsel.
Verzoekster stelt dat de gemeente aansprakelijk is op grond van artikel 6:174 BW Pro wegens een gebrekkige opstal die gevaar oplevert, en subsidiair op grond van artikel 6:162 BW Pro wegens het in stand laten van een gevaarlijke situatie. De gemeente betwist dit en voert onder meer aan dat het betreden van de boomrooster niet verboden was en dat de situatie niet proportioneel onderzocht hoeft te worden.
De rechtbank stelt vast dat de druppel en boomrooster qua constructie niet van het trottoir te onderscheiden zijn en dat het voor de doorsnee burger niet duidelijk is dat deze niet betreden mogen worden. Het betreden is bovendien redelijkerwijs niet te vermijden bij het in- en uitstappen van een naastgelegen geparkeerde auto. De gemeente had rekening moeten houden met deze situatie en had veiligheidsmaatregelen kunnen treffen.
De rechtbank kwalificeert de boomroosters als opstallen in de zin van artikel 6:174 lid 4 BW Pro en oordeelt dat sprake is van een gebrekkige opstal die gevaarzetting oplevert. De gemeente wordt aansprakelijk gehouden voor de materiële en immateriële schade van verzoekster. Tevens wordt de gevorderde proceskostenvergoeding gematigd toegekend.
Uitkomst: De gemeente is aansprakelijk voor de schade van verzoekster door val over boomrooster en wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.