ECLI:NL:RBLIM:2019:2386

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
20 februari 2019
Publicatiedatum
14 maart 2019
Zaaknummer
C.03 / 230334 / HAZA 17-18
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugvordering van eigendommen door stichting tegen voormalig bewoner

Stichting L.O.E.S. vordert terugvordering van eigendommen waaronder een caravan en diverse goederen die zich bij de gedaagde bevinden. De procedure kende een tussenvonnis waarbij bewijslevering werd opgedragen, maar L.O.E.S. trad zonder nieuwe advocaat niet meer op en gedaagde zag af van bewijslevering.

Doordat geen bewijs werd geleverd, konden de stellingen waarvoor bewijs was opgedragen niet worden vastgesteld. De rechtbank wees de vorderingen toe voor de caravan en een deel van de goederen die niet werden betwist als eigendom van L.O.E.S. De overige vorderingen werden afgewezen wegens gebrek aan bewijs.

De rechtbank bepaalde een termijn van twee weken na betekening van het vonnis voor levering van de goederen en stelde een dwangsom in bij niet-naleving. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt, en de beslagkosten werden tussen partijen verdeeld.

Het vonnis is gewezen door mr. F.C. Alink-Steinberg en op 20 februari 2019 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot teruglevering van de caravan en bepaalde goederen toe en legt een dwangsom op bij niet-naleving.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
zaaknummer / rolnummer: C/03/230334 / HA ZA 17-18
Vonnis van 20 februari 2019
in de zaak van
de stichting
STICHTING L.O.E.S.,
gevestigd te Echt,
eiseres,
advocaat mr. A.M.T. Snijders te Roermond,
tegen
[gedaagde partij],
wonende te [woonplaats gedaagde partij] ,
gedaagde,
advocaat voorheen mr. H.H.G. Theunissen te Roermond.
Partijen zullen hierna L.O.E.S. en [gedaagde partij] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 18 juli 2018
  • de onttrekking door mr. A.M.T. Snijders als advocaat van L.O.E.S
  • het verzoek zijdens [gedaagde partij] om vonnis te bepalen
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij tussenvonnis van 18 juli 2018 heeft de rechtbank partijen bewijs opgedragen van (enkele van) hun stellingen. De advocaat van L.O.E.S. heeft zich aan de zaak onttrokken en voor L.O.E.S. heeft zich geen nieuwe advocaat gesteld, zodat L.O.E.S. geen proceshandelingen meer kan verrichten. [gedaagde partij] heeft afgezien van bewijslevering.
2.2.
Het feit dat aan beide zijden geen bewijslevering plaatsvindt, betekent dat de stellingen waarvoor bewijs is opgedragen niet zijn komen vast te staan, zodat de daarop gebaseerde vorderingen/verweren zullen worden afgewezen/gepasseerd.
2.3.
De slotsom is als volgt.
  • De vordering onder a zal worden toegewezen zoals de rechtbank heeft overwogen in haar tussenvonnis onder overweging 4.1.
  • De vordering onder b zal worden toegewezen voor zover het betreft de goederen zoals opgenomen in de eerste gearceerde kolom van de als productie 3 bij akte van 2 mei 2018 zijdens L.O.E.S. overgelegde lijst. [gedaagde partij] betwist immers niet dat deze objecten aan L.O.E.S. in eigendom toebehoren dan wel behoorden.
  • De vordering onder c is ingetrokken en behoeft dus geen beslissing.
  • De vordering onder d zal worden toegewezen voor wat betreft de caravan en voor zover het betreft de op voormelde lijst geel en groen gearceerde goederen en de roodgearceerde tv onder nummer 15. De rechtbank zal de termijn voor levering bepalen op twee weken na betekening van het vonnis. Voor het overige wordt deze vordering afgewezen omdat L.O.E.S. niet het bewijs heeft geleverd dat de overige goederen zich bij [gedaagde partij] bevinden. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt zoals hierna is bepaald.
2.4.
Nu L.O.E.S. gedeeltelijk in het gelijk en gedeeltelijk in het ongelijk wordt gesteld, zal de rechtbank de proceskosten tussen hen compenseren in die zin dat ieder van hen de eigen kosten draagt. De rechtbank zal om die reden ook de beslagkosten (gevorderd onder e) bij helfte tussen partijen verdelen.
2.5.
In rechtsoverweging 4.7. van het tussenvonnis is reeds beslist dat het gevorderde onder f zal worden afgewezen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart voor recht dat de caravan van het type Hobby 520 TQM Classic
met het kenteken [kenteken caravan] in eigendom toebehoort aan L.O.E.S.;
3.2.
veroordeelt [gedaagde partij] om, binnen twee weken na betekening van dit vonnis, zijn volledige medewerking te verlenen aan het terugleveren van deze caravan, specifiek door daartoe alle handelingen te verrichten welke nodig zijn om de caravan in te schrijven in de registers van de RDW op naam van L.O.E.S. dan wel een nader door L.O.E.S. aan te wijzen persoon, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,00 per dag voor elke dag dan wel een gedeelte van een dag waarmee [gedaagde partij] in gebreke blijft aan de veroordeling te voldoen, totdat een maximum van € 5.000,00 is bereikt;
3.3.
verklaart voor recht dat de goederen die staan vermeld in de eerste kolom van de als bijlage 3 bij nadere antwoordakte van [gedaagde partij] overgelegde lijst, die aan dit vonnis is gehecht, in eigendom toebehoren aan L.O.E.S.;
3.4.
veroordeelt [gedaagde partij] om, binnen twee weken na betekening van dit vonnis, de goederen die geel en groen zijn gearceerd op de lijst zoals hierboven vermeld alsmede de roodgearceerde tv opgenomen onder nummer 15 aan L.O.E.S. terug te leveren;
3.5.
veroordeelt [gedaagde partij] in de kosten van het conservatoire beslag tot een bedrag van € 521,18 (helft kosten deurwaarder), € 309,50 (helft griffierecht beslag) en de helft van kosten van de gerechtelijke bewaring ad € 0,62 inclusief btw per dag, ingaande 29 november 2016 (dag beslaglegging) tot aan de dag dat alle zaken zoals hierboven vermeld aan L.O.E.S. zijn geleverd;
3.6.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Alink-Steinberg en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2019. [1]

Voetnoten

1.type: