Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
7198284 MS VERZ 18-839
1.[verzoekerster sub 1] ,
[woonplaats 1] ,
2.[verzoeker sub 2] ,
[woonplaats 2] ,
[woonplaats 1] ,
[bewindvoerder] , maat van [bewindsbureau] , ingekomen op 10 september 2018,
20 november 2018,
Op het verzoek van vader om over te gaan tot instelling van een spoedvoorziening is reeds bij beschikking van de kantonrechter van 15 november 2018 afwijzend beslist.
Ter motivering van het verzoek is aangevoerd dat de echtgenote van vader reeds tien jaar in het leven is van [betrokkene] en dat zij altijd aanwezig is wanneer vader en [betrokkene] samen zijn. Er is daarom sprake van een gezinsverband. De echtgenote van de vader heeft bovendien een goede band met [betrokkene] en fungeert als haar vertrouwenspersoon.
De kantonrechter is van oordeel is dat de echtgenote van vader niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 798 Rv Pro. Zij behoort niet tot de in de wet genoemde categorieën van personen die als belanghebbende worden aangemerkt en heeft daarnaast geen rechtstreeks belang bij het thans voorliggende verzoek tot instelling van een beschermingsmaatregel. De beslissing van de kantonrechter is partijen tijdens de mondelinge behandeling meegedeeld.
Partijen zijn het erover eens dat er een beschermingsmaatregel moet worden ingesteld, nu [betrokkene] het syndroom van Down heeft en zowel op het materiële als immateriële vlak ondersteuning behoeft. Moeder heeft verzocht om instelling van bewind en mentorschap, terwijl de vader heeft verzocht om ondercuratelestelling.
Ingevolge artikel 1:378 lid 1 BW Pro kan een meerderjarige door de kantonrechter onder curatele worden gesteld, onder meer wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt als gevolg van, voor zover hier van belang, zijn geestelijke toestand en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.
De kantonrechter acht het voorstelbaar en begrijpelijk dat vader, gelet op bemoeienis van de door moeder voorgestelde bewindvoerder, bezwaren heeft bij benoeming van deze. De kantonrechter heeft daarom een andere professionele bewindvoerder en mentor aangezocht, die zich, na contact met de beide ouders van [betrokkene] , schriftelijk bereid heeft verklaard om benoemd te worden. Nu niet is gebleken van bezwaren tegen benoeming van deze bewindvoerder en mentor, zal de kantonrechter daartoe overgaan.