Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De ontvankelijkheid van de officier van justitie
4.De beoordeling van het bewijs
- het stamproces-verbaal waarin wordt gerelateerd dat verbalisanten hebben gezien dat de getuige [getuige 10] (koper) goederen uitwisselde met de bestuurder van de Citroën, zijnde verdachte, wordt niet ondersteund door de onderliggende processen-verbaal, zodat dit niet als bewijsmiddel kan worden gebruikt;
- de herkenning van verdachte door de verbalisanten is, gelet op de inhoud van hun processen-verbaal van bevindingen en het verhoor van verbalisant Bruls bij de rechter-commissaris, niet bruikbaar als bewijsmiddel, nu deze herkenning niet berust op feiten en omstandigheden die verbalisant zelf heeft waargenomen;
- de herkenning van verdachte door getuige [getuige 10] kan evenmin als bewijsmiddel worden gebruikt, nu de met hem uitgevoerde fotoconfrontatie op onrechtmatige wijze heeft plaatsgevonden. In de gegeven situatie had een meervoudige fotoconfrontatie moeten plaatsvinden in plaats van een enkelvoudige.
Algemene overwegingen
Zaakdossier 1
- dader 1 met een grijze trui en capuchon over het hoofd;
- dader 2 met een donkere gevlekte jas, die een witkleurige zak droeg;
- dader 3 met een zwart vest met bruine vlakken op de ellebogen, een zwarte broek met witte letters aan de achterzijde en bruine schoenen met witte rondjes rondom de gaten waar de veters zitten en een witte verticale streep op de achterzijde. Dader 3 droeg een moker in zijn handen. Dader 1 staat op de lopende band voor de kassa.
- dader 1 gekleed in een lichtkleurige trui met capuchon over het hoofd;
- dader 2 met een donkerkleurige gevlekte jas die een witte zak droeg;
- dader 3 met een donkere trui met lichte vlakken op de ellebogen, die een moker droeg.
- er is sprake van drie daders, waarvan de signalementen overeenkomen, met name wat betreft de geblokte/gevlekte jas, de grijze/lichtkleurige trui met capuchon en de donkerkleurige trui met vlakken op de ellebogen;
- er is sprake van dezelfde werkwijze, te weten: het gebruik van een moker of breekvoorwerp, het gebruik van een laken om de buit te vervoeren en de wijze waarop het laken wordt opengehouden;
- bij beide inbraken is een zilver(grijs)kleurige personenauto, model stationwagen gezien.
- op de bewakingsbeelden van [naam winkel 11] en [naam winkel 12] zijn drie daders te zien;
- bij de inbraak bij [naam winkel 11] zijn schoensporen aangetroffen die (zeer waarschijnlijk) afkomstig zijn van Dsquared schoenen. De schoensporen bij [naam winkel 12] zijn veroorzaakt door de Dsquared schoenen die zijn aangetroffen in de woning van de moeder van verdachte [medeverdachte 6] ;
- [medeverdachte 2] heeft verklaard dat de kleding die werd gedragen bij de kraken werd bewaard in de bijkeuken van de moeder van [medeverdachte 6] , alwaar de Dsquared schoenen ook daadwerkelijk zijn aangetroffen;
- de betreffende Dsquared schoenen worden op basis van de schoenmaat en de signalementen van de verdachten toegeschreven aan [verdachte] , zijnde de dader met het zwarte vest met bruine vlakken op de ellebogen op de bewakingsbeelden. [medeverdachte 2] heeft deze persoon aangewezen als [verdachte] .
Zaakdossier 3
Zaakdossier 4
Zaakdossier 5
Zaakdossier 6
- 12 maart 2014 11.46 uur inkomend sms-bericht van het nummer van [verdachte] : “Heb kasje nodig”;
- 12 maart 2014 13.30 uur uitgaand sms-bericht naar het nummer van [verdachte] : “Ben 6 uur klaar met stage, ben tussen 6 en 7 in Meerssen, dan geef ik hem je, oke”;
- 12 maart 2013 18.54 uur uitgaand sms-bericht naar het nummer van [verdachte] : “Waar ben je??? Ik kom je dat dingetje brengen ik moet wef”;
- 13 maart 2014 18.53 uur inkomend gesprek van het nummer van [verdachte] :
- nnman [telefoonnummer 2] zegt: “hebben we nog niet beter gehad”;
- nnman [telefoonnummer 1] zegt: “kom om een uur of tien”;
- nnman [telefoonnummer 2] zegt: “dat gaat niet die kasje is effe bij iemand”;
- nnman [telefoonnummer 1] zegt: “hoe laat is die dan terug?”;
- nnman [telefoonnummer 2] zegt: “pas laat om een uur, dan moeten we meteen een halen en meteen een doen”; nnman [telefoonnummer 1] zegt: “ja, dat moet dan maar ik laat je nog wat weten”;
- 13 maart 2014 19.54 uur uitgaand sms-bericht naar het nummer van [verdachte] : “Vraag of je dat dingetje al wat eerder kunt krijgen, en kun je al om 11 uur, laat ik nog een paar dingen in de buurt zien die we nog kunnen doen oke??”;
- 13 maart 2014 19.57 uur inkomend gesprek van het nummer van [verdachte] :
- nnman [telefoonnummer 2] zegt: “het moet elf of eerder anders gaat het niet want hij heeft ook dat ding nodig”;
- nnman [telefoonnummer 1] zegt: “elf of eerder, ja is goed ik ben om elf uur bij je”.
- 10:05:25 uur uitgaand sms-bericht naar het nummer van [verdachte] : ‘gluk gwaes’;
- 10:05:52 uur inkomend sms-bericht van het nummer van [verdachte] : ‘Ne’.
- tussen 01.38 uur en 02.05 uur werd dertien maal geprobeerd contact te krijgen met het nummer van [betrokkene 2] ;
- 09.26 uur: inkomend gesprek van het nummer van [betrokkene 2] ;
- 10.53 uur: inkomend gesprek van het nummer van [betrokkene 2] :
- op de bewakingsbeelden van de [naam winkel 2] is te zien dat twee personen in de winkel zijn geweest;
- de ‘security’ beveiliger [getuige 11] heeft omtrent het tijdstip van de poging tot inbraak een donkerkleurige blauw/zwarte Volkswagen Golf, met gedoofde lichten, over de parkeerplaats van [naam winkel 2] weg zien rijden.
Zaakdossier 8
Zaakdossier 11
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De straf en/of de maatregel
- de aard en de ernst van de feiten;
- de grote schade die wordt veroorzaakt door ram- en snelkraken;
- de waarde van de weggenomen goederen;
- de feiten zijn in vereniging begaan, waarbij sommigen de auto’s aanleverden die werden gebruikt bij de kraken en zij hun buit verkochten aan vaste helers;
- het betreft een vorm van beroepscriminaliteit waarbij de verdachten uit enkel winstbejag hebben gehandeld ten koste van winkeliers en werknemers die afhankelijk zijn van de getroffen winkels voor hun inkomen;
- het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij na de ten laste gelegde feiten nog een aantal keren is veroordeeld, onder andere wegens heling; ook is hij vóór de pleegdata van onderhavige feiten een aantal keer veroordeeld voor ernstige vermogensdelicten, zodat sprake is van recidive;
- de proceshouding van verdachte waaruit geen enkel inzicht in zijn handelen is gebleken.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
1, 4, 5, 6, 7, 8 en 18 tot en met 23ten laste gelegde feiten;
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.5 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
[benadeelde 7] en [benadeelde 6]niet-ontvankelijk in hun vorderingen;