Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid
eit 2 subsidiair, feit 18:medeplegen van opzetheling;
5.De straf en/of de maatregel
- de aard en de ernst van de feiten;
- de grote schade die wordt veroorzaakt door ram- en snelkraken;
- de waarde van de weggenomen goederen;
- de feiten zijn in vereniging begaan, waarbij sommigen de auto’s aanleverden die werden gebruikt bij de kraken en zij hun buit verkochten aan vaste helers;
- het betreft een vorm van beroepscriminaliteit waarbij de verdachten uit enkel winstbejag hebben gehandeld ten koste van winkeliers en werknemers die afhankelijk zijn van de getroffen winkels voor hun inkomen;
- de beperktere rol van verdachte;
- de proceshouding van verdachte waarbij hij openheid van zaken heeft gegeven en spijt lijkt te hebben van zijn handelen;
- de inhoud van het reclasseringsadvies d.d. 17 januari 2019.
- de rol van verdachte;
- de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;
- de proceshouding van verdachte waarbij hij vanaf het begin openheid van zaken heeft gegeven;
- de forse overschrijding van de redelijke termijn;
- het feit dat verdachte sinds het ten laste gelegde niet meer met justitie in aanraking is gekomen voor soortgelijke feiten;
- de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
6.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
- de benadeelde partij [benadeelde 18] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens het ontbreken van een rechtstreeks verband tussen de gevorderde schade en het handelen van verdachte;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 22] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in verband met een gebrekkige machtiging. Het eigen risico van 450 euro dat kennelijk wel betaald is kan als schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd aan de verdachten [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 5] .
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en subsidiair, 8 primair, 12 primair, 17 primair, 19 primair, 20 primair, 21 en 24 primairten laste gelegde feiten;
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat de het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:
- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of
- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van
[benadeelde 18]niet-ontvankelijk in haar vordering;
[benadeelde 9]gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen 1.000 euro;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af;
- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van benadeelde [benadeelde 9] van een bedrag ter hoogte van 1.000 euro, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
[benadeelde 22]en
verzekeringsmaatschappij Sperwer Assurantiënniet-ontvankelijk in haar vordering;