Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[verzoeker] , hierna te noemen: verzoeker,
Standpunt officier van justitie
Standpunt verzoeker
Beoordeling
Beslissing:
€ 946,57(zegge negenhonderd en zesenveertig euro en zevenenvijftig eurocent);
Rechtbank Limburg
Verzoeker, een minderjarige van 14 jaar, werd op 29 maart 2014 aangehouden op verdenking van medeplichtigheid aan diefstal met geweld. Hij verbleef een nacht in de politiecel omdat het te laat was om hem dezelfde avond te verhoren. Hoewel verzoeker niet in verzekering is gesteld, heeft hij een verzoek ingediend tot beëindiging van de strafzaak en toekenning van schadevergoeding wegens ondergane verzekering en immateriële schade.
De officier van justitie stemde in met beëindiging van de zaak, maar wees de immateriële schadevergoeding af omdat verzoeker niet in verzekering was gesteld. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 89 Sv Pro alleen vergoeding kan worden toegekend bij ondergane verzekering of voorlopige hechtenis, wat hier niet het geval was.
Desondanks erkende de rechtbank dat de aanhouding en het verblijf in de politiecel voor een minderjarige een grote impact hadden, en achtte het redelijk en billijk om een immateriële schadevergoeding toe te kennen van €105,00 voor één dag celverblijf. Daarnaast werden overige materiële kosten toegekend, resulterend in een totaalbedrag van €946,57.
De rechtbank verklaarde de strafzaak geëindigd conform artikel 36 Sv Pro en beval uitbetaling van de vergoeding aan verzoeker. De beschikking werd gewezen door kinderrechter M.I.J. Hegeman op 19 februari 2019.
Uitkomst: De rechtbank kent verzoeker een immateriële schadevergoeding van €946,57 toe wegens de impact van een nacht doorbrengen in de politiecel als minderjarige.