Uitspraak
RECHTbANK Limburg
d.
26 maart 2019 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
1.Onderzoek van de zaak
2.De vordering van de officier van justitie
3.De beoordeling
€ 5.000,- +
€ 57.839,24
€ 0,00 +
€ 51.250,- +
€ 89.935,-
€ 0 +
- gas/water/licht;
- heffingen;
- telefoon;
- contributies;
- vervoer;
- huis/tuin;
- hobby/uitgaan;
- voeding;
- overige uitgaven.
- vervoer: € 13.876,- € 24.716,- € 10.840,-
- inventaris: € 7.801,- € 12.298,- € 4.497,-
- huis/tuin: € 9.079,- € 12.846,- € 3.767,-
- hobby/uitgaan: € 2.298,- € 26.700,- € 24.402,-
- voeding: € 12.813,- € 16.016,- € 3.203,-
- overige uitgaven: € 8.214,- € 10.718,-
- telefoon: € 207,- € 4.042,- € 3.835,-
- vervoer: € 173,- € 5.160,- € 4.987 ,-
- hobby/uitgaan: € 29,- € 7.740,- € 7.711 ,-
- kleding: € 11,- € 4.214,- € 4.203,-
- overige uitgaven: € 207,- € 7.740,-
4.Het wettelijke voorschrift
5.De beslissing
- stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op
- legt [verdachte] de verplichting op tot