De rechtbank Limburg heeft op 18 april 2019 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het bezit, aanbieden, doorvoeren, verwerven en verspreiden van kinderporno. De rechtbank achtte het bezit en het verspreiden via een usb-stick wettig en overtuigend bewezen, maar vond onvoldoende bewijs voor verdere verspreiding van kinderporno.
Uit het onderzoek bleek dat verdachte tussen februari 2015 en september 2017 in de gemeente Roermond tienduizenden afbeeldingen en video's met kinderporno bezat, waaronder zeer extreme vormen zoals seksueel misbruik van baby's en kinderen en seksuele handelingen met dieren. Verdachte gebruikte een Tor-netwerk om dit materiaal te verkrijgen en te verspreiden. Psychologisch onderzoek toonde aan dat verdachte lijdt aan een autismespectrumstoornis, maar dit sluit strafbaarheid niet uit.
De rechtbank benadrukte de ernst van het feit en de schadelijke impact van kinderporno op slachtoffers. Verdachte toonde geen berouw en legde de verantwoordelijkheid deels buiten zichzelf. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, inclusief een bijzondere voorwaarde tot voortzetting van behandeling en therapie. De straf is lager dan de eis van 24 maanden vanwege onvoldoende bewijs voor verspreiding.