ECLI:NL:RBLIM:2019:3870

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 april 2019
Publicatiedatum
25 april 2019
Zaaknummer
7686848 BR VERZ 19-131
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:32 BWArt. 4:190 lid 4 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vernietiging beneficiaire aanvaarding nalatenschap door Staat

De Staat der Nederlanden verzocht de rechtbank Limburg om de beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap van een overledene door 14 personen te vernietigen of door te halen in het boedelregister, omdat deze personen naar haar mening ten onrechte waren aangeschreven en geen erfgenamen waren.

De rechtbank oordeelde dat een eenmaal uitgebrachte keuze tot beneficiaire aanvaarding onherroepelijk is volgens het erfrecht en dat vernietiging alleen mogelijk is bij bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden, wat in deze zaak niet is vastgesteld. Doorhaling in het boedelregister is niet mogelijk omdat het Besluit Boedelregister dit niet toestaat.

De rechtbank wees het verzoek van de Staat af, maar gelastte de griffier een aantekening in het boedelregister te plaatsen om de situatie te verduidelijken. Tevens werd bepaald dat de Staat de gemaakte kosten en het griffierecht aan de betrokken personen moet vergoeden en deze kosten niet ten laste van de nalatenschapsboedel mogen worden gebracht.

Uitkomst: Verzoek van de Staat tot vernietiging of doorhaling van beneficiaire aanvaarding wordt afgewezen met opdracht tot aantekening in het boedelregister.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht / Kantonrechter
Zaaknummer 7686848 BR VERZ 19-131
Beschikking van de kantonrechter van 24 april 2019
de publiekrechtelijke rechtspersoon
STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) RIJKSVASTGOEDBEDRIJF, DIRECTIE TRANSACTIES & PROJECTEN AFDELING VERHUUR & TAXATIES,
zetelend te Den Haag
verzoekster, verder te noemen: de Staat,
in de nalatenschap van:
[erflater] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
overleden te [overlijdensplaats] op [overlijdensdatum] ,
laatstelijk wonende te [woonplaats] ,
verder te noemen: de erflater.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ingediend door tussenkomst van
[naam sectiefhoofd] , Sectiehoofd Onbeheerde Nalatenschappen bij verzoekster, ingekomen ter griffie van deze Rechtbank op 12 april 2019.
1.2.
Vervolgens is beschikking en de uitspraak daarvan bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
De erflater is overleden te [overlijdensplaats] op [overlijdensdatum] .
2.2.
Bij akte met nummer 231/2019 NA van 18 februari 2019 hebben de daarin vermelde 14 personen de nalatenschap van de erflater gezamenlijk beneficiair aanvaard.

3.Het verzoek

3.1.
De Staat verzoekt om opgemelde beneficiaire aanvaarding te vernietigen dan wel door te halen in het Boedelregister. Zij legt aan haar verzoek ten grondslag dat zij ten onrechte deze personen heeft aangeschreven omdat zij niets met de nalatenschap van de erflater van doen hebben. Hierdoor hebben deze personen de nalatenschap van de erflater vervolgens ten onrechte beneficiair aanvaard waardoor zij geen boedelbeschrijving hoeven en kunnen indienen en voormelde personen willen daar terecht geen last meer van ondervinden, aldus de Staat.

4.De beoordeling

4.1.
Het uitbrengen van een keuze ter zake een nalatenschap geschiedt in de vorm van een verklaring en betreft een eenzijdig rechtshandeling in de zin van art. 3:32 e.v. BW. In casu is voor en namens 14 personen (als vermeld in de akte met nummer 231/2019 NA) de nalatenschap van de erflater beneficiair aanvaard. Het uitgangspunt in het erfrecht is dat een eenmaal uitgebrachte keuze onherroepelijk is. Vernietiging van eerdervermelde rechtshandeling kan ingevolge art. 4:190 lid 4 BW Pro niet op grond van dwaling noch op grond van benadeling van een of meer schuldeisers. Vernietiging is enkel mogelijk op grond van bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden maar daarvan is, gelet op de door de Staat gestelde vergissing, geen sprake. Doorhaling van de akte in het boedelregister is evenmin mogelijk aangezien het Besluit Boedelregister daartoe geen mogelijkheid biedt. Het voorgaande betekent dat het verzoek van de Staat zal worden afgewezen. Om proceseconomische redenen heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
4.2.
De kantonrechter kan zich voorstellen dat zijn beslissing voor zowel de Staat als de beneficiair aanvaarde personen onbevredigend is. In het kader van het behartigen van de belangen van zowel de (eventuele) schuldeisers van de nalatenschap als die van verzoekster en de beneficiair aanvaarde personen, zal de kantonrechter de griffier van deze rechtbank opdracht geven om in het boedelregister een aantekening bij aktenr. 231/2019 NA plaatsen als nader in het dictum is bepaald.
4.3.
De kantonrechter gaat er van uit dat de Staat het door een of meerdere personen betaalde griffierecht van het laten opmaken van de onderwerpelijke akte van beneficiaire aanvaarding aan die persoon of personen zal restitueren en dat de Staat de met haar vergissing gepaard gaande uren, waaronder het indienen van het onderhavige verzoek, niet ten laste van de nalatenschapsboedel brengt.

5.De uitspraak

De kantonrechter
5.1.
gelast de griffier om in het boedelregister bij aktenr. 231/2019 NA aan te tekenen “voormelde akte is ten onrechte voor en namens de daarin vermelde personen opgemaakt aangezien zij geen erfgenamen van de nalatenschap van
[erflater] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , overleden te [overlijdensplaats] op [overlijdensdatum] , laatstelijk wonende te [woonplaats] , zijn”,
5.2.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, en uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.