ECLI:NL:RBLIM:2019:4268
Rechtbank Limburg
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke taakstraf en dierenhoudverbod wegens dierenverwaarlozing door verstandelijk beperkte verdachten
Twee verdachten, een moeder en haar dochter, werden vervolgd wegens het onthouden van de nodige verzorging aan hun vele huisdieren, wat resulteerde in de dood van enkele dieren en een zorgwekkende situatie voor de overige dieren. De verdachten zijn verstandelijk beperkt en kampen met psychische problematiek, mede door het recente overlijden van hun echtgenoot/vader.
De officier van justitie eiste een taakstraf van 80 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, met een dierenhoudverbod als bijzondere voorwaarde. De verdachten konden geen geldboete betalen en waren mogelijk niet in staat een taakstraf uit te voeren. De politierechter hield rekening met deze persoonlijke omstandigheden en de wijze waarop de samenleving omgaat met dierenleed.
De rechter achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen, maar legde een lagere straf op dan geëist: een voorwaardelijke taakstraf van 50 uur met een proeftijd van twee jaar en een bijzonder dierenhoudverbod waarbij de verdachten maximaal twee dieren mogen houden. De overige dieren moeten binnen een maand na onherroepelijkheid van het vonnis worden afgestaan. De rechter benadrukte dat het houden van dieren voor de verdachten essentieel is, maar dat er een stevige stok achter de deur moet zijn om herhaling te voorkomen.
Uitkomst: Voorwaardelijke taakstraf van 50 uur en een dierenhoudverbod met proeftijd van twee jaar opgelegd wegens dierenverwaarlozing.