ECLI:NL:RBLIM:2019:4436
Rechtbank Limburg
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Einde straf- en ontnemingszaak wegens onvermogen verdachte tot vervolging
Verzoeker werd verdacht van hennepteelt en stroomdiefstal in de periode maart tot juli 2015. Tijdens de strafprocedure bleek dat verzoeker vanwege ernstige hersenschade niet in staat was de strekking van de vervolging te begrijpen. Na meerdere rapportages en een schorsing van de vervolging op grond van artikel 16 Sv Pro, concludeerde een psychiater dat de beperkingen onomkeerbaar zijn en geen therapie mogelijk is.
De officier van justitie deelde dit standpunt en gaf aan geen voortzetting van de vervolging te beogen. Verzoeker vroeg daarom op grond van artikel 36 Sv Pro om de straf- en ontnemingszaak te beëindigen. De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke voorwaarden was voldaan en wees het verzoek toe.
De uitspraak werd gedaan in besloten raadkamer op 9 april 2019 door rechter A.P.A. Bisscheroux. Hiermee kwam een einde aan de strafprocedure en ontnemingsvordering tegen verzoeker, waarbij rekening werd gehouden met de onomkeerbare cognitieve beperkingen van verzoeker.
Uitkomst: De straf- en ontnemingszaak tegen verzoeker is geëindigd wegens onvermogen tot vervolging.